maandag 23 april 2012

Veel informatie over de sociale media

voor informatie kunt u hieronder een groot aantal artikelen lezen. Vervolgens verwijzen wij ook nog naar de volgende pagina voor het vervaardigen van onder meer websites e.d. Klik hier voor de pagina.

vrijdag 6 april 2012

De dominees hebben aan 140 tekens niet genoeg

Trouw, Monic Slingerland − 23/02/11, 00:00 Boekdrukkunst bracht de Reformatie in een stroomversnelling. Kan Twitter dat ook bereiken? ¿Mij ligt het niet.¿ Is Twitter zoiets als een kerkklok of een rozenkrans; spirituele pokon om het geloofsleven te voeden? Relitwitteraars, die dagelijks een catechismustweet lezen, of elkaar in maximaal 140 tekens goede raad geven, zeggen van wel. We zijn benieuwd of de theologen van het elftal zich de vingers blauw twitteren. Of kunnen ze zonder? Stadspredikant Abeltje Hoogenkamp, die in Amsterdam nieuwe en spannende initiatieven bedenkt, is een aarzelende twitteraar. Ze noemt zichzelf een beginner, al heeft iemand een half jaar geleden voor haar de deur van de twitterwereld geopend. ¿Ik ben nog niet in vorm¿, bekent ze. ¿Misschien is het niet mijn medium.¿ Het ligt niet aan Hoogenkamps kerk, dat ze wat onwennig is. De Protestantse Kerk van Amsterdam, waar ze predikant is, hield afgelopen zondag een twitterdienst. Ook organiseerde deze kerk een twitterworkshop, op veler verzoek. Ondanks dat loopt Hoogenkamp er zelf niet erg warm voor. Al gunt ze twitteren het voordeel van de twijfel. ¿Misschien is het een manier van communiceren, zoals mobiele telefoons, of websites. Daar was ik ook al niet snel mee, trouwens.¿ Stadgenoot Henk Leegte, doopsgezind predikant, is helemaal niet aan twitteren begonnen. ¿Je bent een twitteraar of je bent het niet. Ik ben het niet.¿ Leegte zit wel op de vriendensite Facebook. ¿Als je een week niet erop geweest bent, lees je dat je zoveel dingen gemist hebt. Dan begin ik er maar niet meer aan. En de netwerksite LinkedIn betekent vooral dat ik 'ja' klik op uitnodigingen van mensen die met mij in contact willen komen. Meer doe ik er niet mee. Ach, ik voel met mijn veertig jaar erg old school. Ja, die term ken ik dan weer wel.¿ Dus bij zijn werk als predikant heeft Leegte de zogeheten sociale media helemaal niet nodig? ¿Het is een kentheoretisch principe dat je niet kunt weten wat je mist, als je iets niet kent¿, zegt hij. ¿Maar voor mij betekent christen zijn dat je deel uitmaakt van een gemeenschap waarin je elkaar van aangezicht tot aangezicht ontmoet.¿ Leegte merkt wel dat sommige nieuwkomers in zijn kerk eerst even op Facebook gekeken hebben voordat ze meedoen. Zelf luidt hij een elektronische kerkklok, in de vorm van een e-mail aan een compleet adressenbestand, met informatie over de komende kerkdienst. ¿Daar staat dan in over welke tekst de preek gaat en of er kinderkerk is. Dat zijn niet meer dan drie regels, dus het komt in de buurt van een twitterbericht.¿ Maar helemaal enthousiast is Leegte er niet over. ¿Het heeft voor mij ook iets opdringerigs.¿ Abeltje Hoogenkamp: ¿Ik ken collega's die positief over Twitter zijn. Ze zeggen dat ze mensen bereiken met wie ze anders niet in contact zouden komen.¿ Van haar levensgezel die studentenpredikant is, weet Hoogenkamp dat studenten voor bijna alle contacten en activiteiten Facebook en internet gebruiken. ¿Via Twitter komen ze dan op de blog terecht van het studentenpastoraat. Ik geloof dus wel dat Twitter een flink bereik heeft en iets kan toevoegen. Je kunt niet zonder als je scholieren en twintigers wilt bereiken. En interactieve twitterkerkdiensten zijn ook geinig om mee te experimenteren¿ ¿Het zou best kunnen¿, voegt Henk Leegte toe, ¿dat we midden in het oog van een orkaan zitten, een revolutie op het gebied van communicatie. Later zien we misschien pas hoe ingrijpend dat is. Dan lachen ze misschien, dat wij nu zeggen dat twitteren en Facebook ons niet zo liggen. Alsof je kunt zeggen dat een wasmachine je niet zo ligt.¿ Voor Abeltje Hoogenkamp is het maximum van 140 tekens die in een tweet passen, veel en veel te weinig. ¿Ik ben misschien wel te veel een ouwehoer om te kunnen twitteren.¿ Mooie tweet trouwens, in slechts 70 tekens, merken wij op. ¿Ik ben ook slecht in recepties bijvoorbeeld, dat zijn me te korte spanningsboogjes waarbij je nooit de diepte in kan. Die korte contacten zijn niet mijn fort. Voor mij is het niet relationeel genoeg, die sociale media als Twitter en Facebook. Ik ben beter in het contact van aangezicht tot aangezicht, of van stem tot stem.¿ Het is duidelijk dat beide theologen Twitter niet gebruiken om anderen spiritueel op te laden, laat staan zichzelf. Abeltje Hoogenkamp: ¿Voor mij is een zekere concentratie nodig, om spiritueel gevoed te worden. Stilte ook. Wat twitteren met de concentratie doet, weten we niet. Kinderen nemen informatie op een andere manier op dan wij.¿ Dat is ook tijdgebonden, realiseert Hoogenkamp zich. ¿Toen de boekdrukkunst er nog niet was, namen mensen de tijd om een epos van 700 regels uit het hoofd te leren en voor te dragen. Die vaardigheid is weg. Je kunt ook zeggen: wat heerlijk dat het niet meer hoeft.¿ Henk Leegte ziet wel iets in de vergelijking met de boekdrukkunst. ¿Juist die heeft ervoor gezorgd dat de Reformatie kon plaatsvinden. Met gedrukte boeken kwam er een drager van informatie die sneller breed verspreid kon worden.¿ De charme van sociale media is wel, meent Hoogenkamp, dat daarbij sprake is van een dialoog. ¿Bij de jaarlijkse Preek van de Leek proberen we ook dialogisch te werken. Vaak is een kerkdienst alleen maar 'zenden', terwijl participatie juist zo leuk is en ook inhoudelijk echt iets kan toevoegen. Alleen moet je er dan wel goed met elkaar over nadenken wat je ervan hoopt en verwacht en wat je doet met die interactiviteit.¿ Zien de predikanten iets in het sturen van een dagopening per tweet? Henk Leegte: ¿Ik moet bekennen dat ik wel een bijbelse scheurkalender heb, en ook, net als enkele collega's trouwens, een dagtekstenboekje. Sommige van die teksten komen dan in de loop van de dag weer eens terug. ¿Wij doopsgezinden hebben geen catechismus of geloofsbelijdenis, dus die kunnen we niet twitteren, zoals dat met de rooms-katholieke catechismus gebeurt. En een preek heeft echt meer dan 140 tekens. Hooguit zou je een tekst kunnen twitteren waar je nog eens op kauwt. Maar voor mij is dat allemaal te ingewikkeld.¿ Abeltje Hoogenkamp: ¿Voor de kerk kan het handig en nuttig zijn, maar voor mij werkt het niet. Ik mis een adressant. Ik ben ook geen dagboekschrijver, maar een brievenschrijver. Twitteren voelt voor mij alsof je een fles in de zee gooit met een briefje erin.¿ Waarmee er ongemerkt zo weer een tweet is ontstaan. Met veel minder dan 140 tekens. Elftal Smalbrugge De Korte - Hoogenkamp - Kalsky Leegte - Van Vlastuin - Klapheck Tollefsen - Van der Graaf Borgman - Nissen Katholieke leer op Twitter verkondigd Monic Slingerland − 08/01/11, 00:00 Dieper graven met Twitter. Webredacteur Eric Masseus van de orthodoxe katholieke beweging Opus Dei is toch echt serieus als hij dit zegt. Samen met vijf anderen wil hij de Katechismus van de Katholieke Kerk (KKK) via Twitter de wereld in sturen. Elke dag een bericht, behalve op zondag; dan is er twitterstilte. In een jaar tijd moet de hele catechismus, een kleine 600 artikelen lang, vertaald zijn in tweets. Het project is te volgen via #kkk2011 en het account @kathochismus. Voorbeelden uit de katholieke twittercatechismus: Artikel 26 Geloven is hopen tegen beter weten, een medicijn tegen elk cynisme, en het antwoord op een langverwachte, open vraag. Artikel 31-35 Wij kunnen God kennen vanuit de orde en schoonheid van de wereld en vanuit de mens met zijn gevoel voor het schone, goede en ware. Artikel 50 God openbaart zichzelf en Hij geeft zich aan de mens door zijn welbeminde Zoon, onze Heer Jezus Christus, en de heilige Geest te zenden. Masseus: „Inderdaad gaat de nuance verloren in die berichten van 140 of, als je er twee tweets van maakt, maximaal 280 tekens. Wij hopen dat de volgers via de tweets de echte catechismus gaan lezen.” Deze KKK, op papier meer dan 700 bladzijden, staat op internet. De leer van de katholieke kerk is erin verwoord. Masseus: „We willen die geweldige boodschap breed bekend maken.” Masseus is als leek betrokken bij het informatiebureau van Opus Dei. Hij werkt als kwaliteitsmanager bij de Tergooi-ziekenhuizen in Hilversum en Blaricum. „Ik zie dit als experiment om de christelijke boodschap via de sociale media bekend te maken. We hebben hiervoor geen imprimatur nodig, geen toestemming van de bisschoppen. Als leek hebben we onze eigen verantwoordelijkheid en de vrijheid om dit te doen.” De zes schrijvers van de tweets zijn allen heren, onder wie twee priesters. „Ja, dat is misschien wel ouderwets”, geeft Masseus toe. Zijn mede-initiatiefnemer Frank Bosman: „Ach, we hebben dit in het Twittercafé bedacht. We hebben twaalf mannen en vrouwen gevraagd om mee te doen en de eerste zes zijn het geworden. Daar waren toevallig geen vrouwen bij.” De Twittercatechismus is een idee van socialemediakatholiek Eric van den Berg en mediatheoloog Frank Bosman. Dit duo lanceerde ook het plan om na de finale van het wereldkampioenschap voetbal de kerkklokken te luiden als Oranje zou winnen. Met @kathochismus krijgt het project ’Twittechismus’ van de gereformeerde hogeschool Zwolle een vervolg. Die twitterde in 2010 de Heidelbergse catechismus. De kerk moet het web op Gerrit-Jan KleinJan − 17/02/11, 00:00 Wie niet op internet zit, bestaat niet, zeggen multimediapioniers. Zij roepen ook de kerk op zich digitaal te presenteren. Anderen temperen de hoge digitale verwachtingen: „Op Twitter kun je geen theologie baseren. Het zal de kerk niet wezenlijk veranderen.” Bezinningswebsites, bidden op Twitter (’twidden’), Facebook-psalmen, chat-kathedralen, digitale pelgrimages, internetpastoraat en zincasts – nieuwe begrippen uit een wereld die voor veel christelijke kerken nog volslagen onbekend is. Dat kerk en internet nog uiterst moeizaam samengaan, werd deze week duidelijk in een conferentiezaaltje van de Universiteit Utrecht. Tijdens een symposium over het thema kregen de bezoekers een aantal kerkelijke websites onder ogen. Het beeld was weinig florissant. Het gros van de sites bestond uit weinig meer dan een plaatje van een kerkgebouw, een preekrooster en de tijden van de vieringen. Een verwijzing naar populaire interactieve media als Facebook, Twitter, Hyves of LinkedIn was er zelden op te vinden. Ook van andere digitale mogelijkheden, bijvoorbeeld een forum om de preek te bespreken, werd nauwelijks gebruik gemaakt. Van de kerk, zo was de boodschap die middag, is nog niet veel te merken op het web. En dat is erg, werd de aanwezigen voorgehouden. Want wie niet op internet aanwezig is, bestaat eigenlijk niet. De rooms-katholieke internetondernemer Eric van den Berg, initiatiefnemer van de bijeenkomst in Utrecht en auteur van het ’Handboek kerk en internet’, heeft daarover een stellige opvatting. De internetrevolutie is zo krachtig, meent hij, dat daardoor een geheel nieuwe wijze van geloven ontstaat. „Online bidden”, zo stelde hij afgelopen najaar in Trouw, „is een nieuwe manier van geloofsbeleving.” Hij doelde daarbij op sites waarop mensen gebeden publiceren en met elkaar in discussie gaan over de inhoud daarvan. Met enkele anderen rekent Van den Berg zichzelf tot een ’voorhoede’ die kerk en internet met elkaar wil verbinden. Vooral Twitter, Facebook en andere sociale media zouden de manier waarop mensen religie beleven op zijn kop kunnen zetten. Maar Twitter en Facebook? Zijn dat niet vooral laagdrempelige vrijplaatsen van vakantiekiekjes met weinig inhoudelijke commentaren? Is de zelfbenoemde internetvoorhoede niet wat vlug met de conclusies? Mediafilosoof Jan van der Stoep vraagt het zich inderdaad af. Volgens hem is er geen sprake van een religieuze revolutie op internet. Mensen overdrijven de invloed van moderne communicatietechnieken op religie nogal, meent hij. Van der Stoep, lector journalistiek en communicatie aan de Christelijke Hogeschool Ede, maakt graag de vergelijking met de opkomst van de telefoon, nog geen eeuw geleden. „Dat was ook iets waar mensen heel wat van verwachtten. De manier waarop we met elkaar zouden praten, werd gezegd, zou drastisch veranderen. Mensen zouden voortaan alleen nog via de telefoon met elkaar spreken.” Welnu, zegt Van der Stoep, met de opkomst van sociale media zie je dezelfde reflex. Hij relativeert die hoge verwachtingen. „Ook nu blijven we hetzelfde doen, maar dan met andere middelen.” Theoloog Frank Bosman, werkzaam bij de Faculteit Katholieke Theologie aan de Universiteit van Tilburg, zal ook niet snel grote uitspraken doen over de spirituele invloed van Twitter. „Om zoiets als een mystieke ervaring te beleven, moet je toch echt met mensen tegelijkertijd dezelfde fysieke ruimte delen.” En dát is op internet bijna nooit het geval, zegt Bosman. Van zijn hand verschenen verschillende publicaties over religie en internet. Ook is hij zeer actief op Twitter en andere websites. Bosman: „Op internet reageer je vaak een seconde, uur of dag later op anderen. Je deelt bijna nooit dezelfde tijd, laat staan dezelfde ruimte.” Hij legt uit dat hierdoor religieuze rituelen als samen zingen en bidden – voor veel gelovigen essentieel voor een spirituele ervaring – op internet nauwelijks vorm krijgen. „Het is toch wel fijn als je zelf de wijn proeft, of die man naast je verschrikkelijk vals hoort zingen.” Het mag dan twijfelachtig zijn of Twitter, Facebook en andere interactieve mogelijkheden op internet voor een spirituele omwenteling zorgen, zeggen Bosman en Van der Stoep, maar het zomaar afdoen als onzin is volgens hen óók te kort door de bocht. Zoals de telefoon al decennia volstrekt is ingeburgerd, zo worden ook interactieve media als Facebook en Twitter steeds normaler. Van der Stoep, ook actief op Twitter, beaamt dat: „Twitter is vooral handig om contacten uit te bouwen en te verdiepen. Ik ken veel mensen in mijn kerk die twitteren. Als ik ze spreek, weet ik al wat ze gedaan hebben. Je kunt dus meteen doorvragen: ’Hé, jij hebt dit gedaan, hoe was dat eigenlijk?’” Bosman voegt daaraan toe dat Twitter ook een mogelijkheid biedt om het geloof uit te dragen. Maar dat moet er dan niet te dik bovenop liggen, haast hij zich erbij te zeggen. „Ik heb het op Twitter bijvoorbeeld ook gewoon over mijn kat. Maar als iemand twittert: ’Ik voel me leeg’, dan reageer ik daarop en geef tips.” Fred Omvlee, predikant in dienst in de Protestantse Kerk in Nederland, heeft ervaring met het organiseren van een zogenoemde ’Twitterkerkdienst’, afgelopen zomer. Dat werd een trending topic’: de viering was die dag een tijdje wereldwijd het meest gebruikte woord op Twitter, met aandacht tot in Spanje, Mexico, Chili en Japan. Op Twitter konden mensen thuis van achter de computer gebedsthema’s en andere reacties doorsturen. Die werden geprojecteerd op een groot scherm. Ook in de kerkzaal waren de bezoekers in de weer met hun mobiele telefoon. Omvlee, die tot de kerkelijke internetpioniers wordt gerekend, stemt in met Bosman en Van der Stoep. „Laten we reëel zijn: Twitter, LinkedIn en Facebook zijn niet zaligmakend. Het is niet zo dat de kerk hierdoor wezenlijk verandert, je kunt er geen theologie op baseren. Maar indirect heeft het wel degelijk invloed. Je legt contacten met mensen die je anders niet legt. Je spreekt er jongeren mee aan voor wie het gebruik ervan vanzelfsprekend is.” Het antwoord op de vraag of kerken zonder sociale media kunnen, zeggen de (ervarings)deskundigen stuk voor stuk, is eigenlijk tegelijkertijd ’ja’ en ’nee’. Een spirituele ommekeer door Twitter is te veel eer, maar anderzijds, als de kerk niets doet, is ze nog minder zichtbaar. Hoe je het wendt of keert, zegt Van der Stoep, sociale media zijn inmiddels zo populair dat ze de werkelijkheid vormgeven. „Ze maken deel uit van een wereld waarin informatie-uitwisseling steeds belangrijker wordt. Daarom is het belangrijk om online aanwezig te zijn.” Fred Omvlee organiseert zondag voor de tweede keer een Twitterkerkdienst onder de noemer ’Social Sunday’: „Als je kritisch bent, dan noem je het een gimmick. Maar ik denk dat het toch ook wel meer is. We maken namelijk wel contact met mensen van buiten. En dat is toch het doel van geloof: contact hebben met elkaar.”

Ophef over privcay-consolidatie Google

Ophef over privacy-'consolidatie' Google Andreas Udo de Haes - 25 januari 2012, 12:39 Google gaat structureel gebruikersinformatie van zijn diverse diensten combineren tot één dataprofiel. D66 vindt het een "duister pad" en stelt meteen Kamervragen. Per 1 maart krijgen alle geregistreerde Google-gebruikers nieuwe gebruikersvoorwaarden en privacyvoorwaarden. De belangrijkste verandering is een enorme consolidatie van de versnipperde voorwaarden die Google tot op heden hanteert over zijn tientallen verschillende diensten. De samenvoeging van die vele voorwaarden is handig en overzichtelijk voor de gebruiker, schrijft het concern. Maar voor Google zelf is er ook een groot voordeel: het gaat gebruikersdata van verschillende diensten bij elkaar vegen en combineren tot één volledig profiel. Geen opt-out voor integratie Het vormen van eenduidige, meer volledige profielen gebeurt nu al mondjesmaat, maar zal na 1 maart structureel worden. Het is niet duidelijk welke informatie van welke diensten door Google gecombineerd gaat worden. Opvallend is dat Google een zin uit het huidige privacybeleid heeft geschrapt: 'Voor bepaalde services heeft u de mogelijkheid om aan te geven dat u niet wilt dat dergelijke gegevens worden gecombineerd'. Die mogelijkheid is er niet meer in de nieuwe privacyvoorwaarden, waar Google alvast een preview van biedt. De enige dienst die expliciet buiten deze gecombineerde dataverzameling staat, is DoubleClick. Daarover schrijft Google in de nieuwe voorwaarden: "We combineren DoubleClick-cookiegegevens niet met persoonlijke gegevens, tenzij u ons hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven." 'Duister pad' Het is onduidelijk wat precies de gevolgen van de veranderingen zijn. Toch is er al meteen ophef over het ontbreken van een expliciete opt-out voor het combineren van data van de verschillende Google-diensten. D66-Kamerlid Kees Verhoeven heeft direct Kamervragen gesteld over de nieuwe voorwaarden van het Amerikaanse internetbedrijf. "Google lijkt een duister pad te zijn ingeslagen, gefixeerd op de gunst van de adverteerder. Het bedrijf legt de internetgebruikers zijn wil op of zet ze buitenspel. En de consument heeft geen alternatief", aldus Verhoeven tegen NU.nl. Google Nederland reageert: "Een opt-out is simpelweg niet werkbaar. We zouden sommige gebruikers op de nieuwe policy hebben, en sommige gebruikers op de oude policy, en twee verschillende privacy policy structuren die dan tegelijkertijd van kracht zijn. De nieuwe, en de oude met meer dan 70 privacy policies. Dit zou voor zowel onze gebruikers als voor Google zelf een zooitje worden." Eenvoudiger en intuïtiever Het concern benadrukt dat Google alleen zelf op de achtergrond meer informatie zal vergaren en combineren zodat Google's producten "eenvoudiger en intuïtiever worden door ze meer met elkaar te integreren". "We wijzigen niets aan de instellingen van gebruikers waar het gaat om de informatie die zij delen of de zichtbaarheid voor derden van hun persoonlijke informatie." Google verwijst naar een verzameling van privacytools en het Dashboard, waar gebruikers allerhande instellingen kunnen wijzigen. Bron: Webwereld.nl

mijn brevier bid ik op mijn i Pad

'Mijn brevier bid ik op mijn iPad' Roderick Vonhögen, priester Trouw, 20/02/12, 00:00 Roderick Vonhögen (43) is priester van het Aartsbisdom Utrecht. Hij is parochievicaris in de zeven katholieke kerken van Amersfoort en wordt ook wel de podcastpriester genoemd omdat hij als een van de eersten doorhad welke mogelijkheden de nieuwe media de Kerk bieden. Voor RKK presenteert hij Katholiek Nederland Radio (zondag, 13.00 Radio 5) en Katholiek Nederland TV (woe, 17.05 Ned 2). "'Zondag rustdag' is een leuk begrip, behalve voor priesters. Ik doe dan twee missen, min of meer achter elkaar. Liturgisch is het dus een topdag. Rond zeven uur sta ik op, ik maak koffie en ga dan douchen. Ik hoef nooit na te denken over wat ik aandoe. In mijn kast hangen vijftien setjes zwarte kleren: een broek en een overhemd waar ik dan zo'n plastic boordje in doe. De overhemden verslijten, het plastic boordje blijft eeuwig goed. Voor de rest heb ik nog wat sportkleren. Mijn brevier - zeg maar het getijdenboek van de kerk - bid ik op mijn iPad. Er is een speciale app voor: Ibreviary. Elke week bid ik in een andere taal. Dat brevier bidden doe ik al sinds mijn achttiende. Door dan bijvoorbeeld naar het Spaans te switchen vermijd je sleetsheid en komt zo'n tekst weer tot leven. 'Gloria al Padre y al Hijo y al Espíritu Santo' klinkt toch weer heel anders dan 'Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest'. Wat ik er mooi aan vind, is dat het je losmaakt van alles wat je de rest van de dag nog moet bidden en preken. Dat moet je allemaal zelf verzinnen en dit ligt al klaar. Mijn eerste mis begint om half tien, de tweede om elf uur. Doordeweeks ben ik vrijgesteld voor mijn media-activiteiten en vier ik de mis gewoon thuis in de huiskamer op een dressoir dat ik ooit bij Ikea heb gekocht. Maar zondag moet ik aan de bak. Sommige collega's nemen de auto, maar ik fiets graag. Dan kan je de zondag pas echt goed voelen. De stad voelt heel anders aan. Mensen laten op hun gemak de hond uit. Je komt hardlopers tegen. Ik geniet daarvan. Ook een voorganger kent zoiets als 'vorm', net als een sporter. Maar ik vergelijk het nog liever met televisiewerk. Als ik eenmaal in de kerk ben en ook al heb ik me helemaal te pletter gefietst: als de bel gaat aan het begin van de mis dan ga ik ervoor. Ik preek uit mijn hoofd. De preek ontstaat onder de douche of zelfs nog tijdens de viering. De mis duurt een uur en dan heb ik een half uur om naar de andere kerk te fietsen voor mijn tweede mis. Maar ik vind het leuk om na te praten, dus heb ik uiteindelijk maar tien minuten om van de ene naar de andere kerk te komen en moet ik weer te hard fietsen. Na de laatste viering ga ik snel naar huis en doe mijn sportkleren aan. Niets heerlijkers dan op zondag naar de sportschool te gaan. Even mijn hoofd leegmaken. Het is echt mijn happy-place. Soms bestudeer ik van tevoren een nieuw toestel op YouTube. Ik ben ooit begonnen met hardlopen op zo'n band. Daarna heb ik de roeimachine ontdekt en dat heeft echt iets hypnotisch. Dan luister ik vaak naar een audioboek. Weer thuis neem ik twee geroosterde boterhammen met een spiegelei. Dat doe ik alleen op zondag. Ik heb trouwens gemerkt dat hoe meer verschillende dingen je doet, des te langer die zondag duurt. Dus ga ik daarna gamen. Ik ben een gamer vanaf mijn vroegste jeugd. Er zijn dan twee werelden waar ik in duik: of die van Lord of the Rings. Je reist dan met anderen door Middenaarde, de wereld die Tolkien geschapen heeft. Met een 3d-bril op. Of ik ga op Star Trek Online. Dan reis ik met mijn eigen ruimteschip de planeten af. Ik ben altijd een escapist geweest. Op zondag ben ik graag alleen. Doordeweeks zie ik genoeg mensen. Zo rond een uur of vijf bid ik de vespers op de iPad en ga ik koken. Dat vind ik leuk om te doen. Op zondag heb ik er ook tijd voor. Dan komt het kookboek op tafel. Vaak kook ik alleen voor mezelf. Dat vind ik niet zo leuk. Daarom zet ik vaak een foto van het gerecht op Facebook. Daar krijg ik veel reacties op. Foto's van eten zijn de beste engagement-generators. Ook Jezus had aan tafel de beste gesprekken. De rest van de avond lees ik wat of kijk ik een film. Ik heb geen tv en kijk alles op mijn computer. Zo rond een uur of tien ga ik naar bed. Op maandag filmen we altijd voor Katholiek Nederland TV. Veel collegapastores nemen op maandag vrij omdat ze dan de batterij op moeten laden voor alle vergaderingen en andere pastorale rimram die ze in nieuwe week te wachten staan. Ik ga op maandag met zoveel plezier naar mijn werk dat het me niet zoveel moeite kost om afscheid te nemen van de zondag."

Handboek kerk en Internet

Handboek Kerk en Internet: 1. http://internetspiritualiteit.nl/asp/invado.asp?t=show&id=1657 Gratis Engelstalig: Be Social, The social media handbook for churches. Geschreven door mat McKee 2. http://www.rkwinkel.nl/asp/invado.asp?t=webshop&sub_t=detail&grp=9999&id=942 Eric van den Berg (€ 28,95) (Ook verkrijgbaar bij Bol.com, tegen dezelfde prijs, of tweedehands voor € 27 of € 33,49) http://www.linkedin.com/groups/Trainingen-Kerk-en-Internet-3046278.S.49298597?qid=9e3d3ede-a4cd-432f-a43c-ce8841854e59&goback=%2Egmp_3046278%2Egna_3046278 MEER 3. http://churchm.ag/roarapp-besocial-handbook/ Zie links onderaan de pagina: http://churchm.ag/how-should-the-church-use-social-media/ http://churchm.ag/social-media-strategy/ http://churchm.ag/social-media-strategy-facebook/ http://churchm.ag/a-social-media-strategy/ http://churchm.ag/too-much-social-media/ http://churchm.ag/klout-score-tips-and-tricks/ http://churchm.ag/church-participation/ http://churchm.ag/godly-church-tech-attitude/ 4. http://www.antoinebodar.nl/ http://roderickvonhogen.com/ 5. Uiteraard: Eric van den Berg

donderdag 5 april 2012

twitteren vanuit geloof en overtuiging

Twitteren vanuit geloof en overtuiging 8 Door Thijs Albers van Ibou Print op vrijdag 7 oktober 2011 om 08:00 uur Nu sociale media meer en meer onderdeel van de (communicatie- of marketing)middelenmix lijken te worden, zie je veel organisaties tegen een muur aanlopen. Ze komen de muur tegen waar ze merken dat sociale media gaat over het maken van verbinding, niet alleen maar het leggen van verbinding. En dat is een wezenlijk verschil. Wat is je verhaal? In die middelenmix lijken sociale media voor veel organisaties een nieuw marketingkanaal waar nieuws- en commerciële berichten gepusht kunnen worden. Het lijkt een nieuw middel om op relatief eenvoudige wijze flink bereik te kunnen opbouwen en je daarmee als organisatie te kunnen profileren. Welk verhaal breng je echter als organisatie naar buiten, wat is je boodschap? Simon Sinek praat over hoe inspirerende leiders of ondernemingen communiceren vanuit geloof en een duidelijke overtuiging, in plaats vanuit productniveau. Sinek onderscheidt daarbij drie verschillende niveaus, de zogenaamde ‘golden circle’, of drie ringen eigenlijk. De buitenste gaat over ‘What’, iedere organisatie weet wat zij doet of wat zij maakt. De middelste over ‘How’, hoe ze die producten maken, of bepaalde diensten verlenen. De bulls eye kent de vraag ‘Why’. Waar veel bedrijven nu communiceren met ‘what’ (‘Wij hebben bananen, kom ze kopen!’), zouden ze met Why moeten communiceren. Ter illustratie: veel organisaties roepen dat ze bananen verkopen in plaats van dat ze geloven dat fruit gezond is en naar een gezonder leven leidt. Een banaan eten is daarbij een van de vertalingen, en wat veel organisaties een unique selling point noemen. Dit, terwijl ze eigenlijk over het why zouden moeten communiceren. Duurzaam twitteren Winst maken is daarbij niet het antwoord op de vraag Why, het antwoord zegt iets over het doel van een organisatie, wat ze bijdraagt of waarom ze bepaalde activiteiten nu juist belangrijk vindt. Een vraag die past in de tijdsgeest waarin organisaties gedwongen worden transparanter te worden, en duurzaam en maatschappelijk verantwoord willen ondernemen. Een goed antwoord op de vraag waarom is daarbij duurzaam. Duurzaam ook in de zin dat een klant die in dezelfde ‘Why’ als die van de organisatie gelooft een klant voor het leven is. Iemand die geïnteresseerd is in een banaan is één keer, wellicht een paar keer je klant. Iemand die je daarentegen weet te overtuigen dat fruit gezond is, die is klant voor het leven en komt ook langs voor appels, peren, aardbeien. Terug naar de echte wereld zie ik dat veel organisaties communiceren op What-niveau. In mijn vakgebied lees ik bij collega’s veel over Twitter-workshops, workshops tot social media expert, LinkedIn-optimalisatietrajecten, maar vaak minder over overtuiging en over het waarom. Dat is jammer, want organisaties maken zo op de verkeerde manier kennis met sociale media. Enerzijds begrijp ik dat Twitter-workshops nu hot zijn, daar wordt immers over gesproken bij de verkiezingsuitslagen, dus dat spreekt aan. Het laat organisaties echter veelal achter met een ‘Mooi, bedankt, en nu?-gevoel’. De aanlooproute is wat mij betreft verkeerd. Ik geloof dat iedere organisatie de potentie heeft om te groeien via het internet, en baat heeft bij de verbinding die ze via sociale media met klant, werknemer of belangstellenden kan maken. Maar om in de nieuwe digitale wereld goed mee te kunnen doen, is grondig begrip van deze wereld noodzakelijk. Helaas wordt er door organisaties te snel naar sociale media als doel gegrepen, en niet als één van de mogelijkheden om écht verbinding met je omgeving te maken en vanuit die verbinding te ontwikkelen. Groei komt dan vanzelf. Starten vanuit begrip Begrip verwerven zou altijd startpunt moeten zijn om als organisatie een goed antwoord te kunnen vormen op de Why-vraag en later invulling te geven aan de How en de What. Een Twitterworkshop is daarbij een duidelijke What-zaak, of een geval van How. Ook ik leg graag aan organisaties uit hoe je berichten kunt retweeten, maar dat zegt niks over het geloof of grotere doel dat je als organisatie met de inzet van bijvoorbeeld Twitter hebt en het gezamenlijke begrip van o.a. nieuwe media dat je daarvoor moet hebben. Een sluitend antwoord op de Why-vraag stelt organisaties in staat verbinding te maken in plaats van alleen maar te leggen, en zal ze ook helpen in het vinden van de ROI waar iedereen zo naarstig naar op zoek is. Het verwerven van een nieuwe follower door het tweeten van een leuk YouTube-filmpje is snel voor elkaar, maar het laten geloven in de meerwaarde van jouw dienstverlening is andere koek. Als startpunt worden social media nog te weinig strategisch ingezet vanuit het geloof echt te verbinden met de stakeholders van een organisatie, vanuit het geloof feedback in de markt op te halen om eigen dienstverlening te verbeteren, of samenwerking met anderen te verbeteren. Organisaties moeten begrijpen hoe het karakter van sociale media ons in staat stelt te verbinden en daarmee faciliteert in het waarde creëren uit die verbinding, maar dat de verbinding op zichzelf geen doel is. Wanneer dat startpunt van inzet van social media is, kunnen we met elkaar op pad en organisatie en omgeving verbinden. Wanneer we allemaal starten vanuit een duidelijk geloof of helder doel kom je vanzelf in How; hoe je dat moet doen en What, met wat je dat moet doen. Die twitterworkshop komt dan vanzelf. Zolang je maar twittert vanuit Why en zolang je maar twittert vanuit je overtuiging of waar je in gelooft. Wat zijn jouw overtuigingen, om te communiceren, social media in te zetten of te twitteren?

verslag van een besturendag over communicatie

VERSLAG VAN DE BESTURENDAG REGIO DRENTHE Thema: Kerk in verandering. Hoe communiceer je dat? R. Vonhögen: Doorgaans is het zo, dat een pastor veel moet reizen als hij/zij een bezoek wil afleggen bij mensen. R. Vonhögen daarentegen komt door de moderne communicatie in alle huiskamers. De nieuwe media maken het mogelijk op een hele goedkope en gemakkelijke manier met elkaar in contact komen. Dit betekent niet dat we niet lijfelijk met elkaar in contact moeten komen; maar de nieuwe media maken nog meer mogelijk. Die groep waarmee je contact hebt kun je uitbreiden. Voor een camera staan of op internet bezig zijn is geen standaard onderdeel van de priesteropleiding. Toen R. Vonhögen priester wilde worden, dacht hij aan een leven met veel vieringen in de kerk en veel vergaderen. Hij had geen idee wat priesters verder deden. Zijn beeld van priesters was erg klassiek. In geen geval dacht hij aan de media. Dat is zijn hele opleiding zo gebleven. Na zijn opleiding begon hij te werken in een klein dorpje aan de Lek. Het enige communicatiemiddel van het dorp was de groene telefooncel, die elk weekend door jongeren werd verwoest. Hij had al snel de vraag: hoe kan ik de mensen bereiken en hoe kan ik contact houden met de rest van de wereld? Dat was in de tijd dat internet begon op te komen. Hoewel toen nog erg langzaam, was het wel de manier om op de hoogte te blijven van wat er allemaal gebeurde in de wereld. Het was ook geschikt voor zijn hobby’s. Voor informatie over films is internet zeer geschikt. Hij is begonnen zelf een website op te zetten met teksten over films, als hobby. De website werd goed bezocht en het begon enorm te groeien. Velen vonden het maar raar dat een priester zich interesseerde voor bijvoorbeeld Star War-films. Niet-kerkelijke mensen vonden dat wel grappig. Omdat hij regelmatig nieuwe films besprak op zijn site, werd de site steeds populairder, tot op een gegeven moment 20.000 mensen per dag de site bezochten. Allemaal mensen die hij niet kent. Het kost heel veel moeite om op zondag mensen in de kerk te krijgen, vooral jonge mensen. Terwijl het maar 10 minuten per dag kost om een stukje op internet te zetten, dat vervolgens duizenden mensen trekt. Op een gegeven moment kreeg hij een uitnodiging uit Amerika voor een conventie over Star Wars. Bij een rondleiding bleek iedereen zijn site te kennen. Zo werd hij omhelsd door een volop getatoeëerde Star War-fan in Star War-kledij en door zijn familie. Deze man was vrachtwagenchauffeur en was steeds 6 of 7 dagen onderweg. Als hij thuis kwam las hij onmiddellijk alles wat R. Vonhögen geschreven had de laatste week en daar keek hij al de hele week naar uit. Die impact van zo’n site is ongelooflijk groot. Andere reacties, die hij kreeg, maakten duidelijk dat mensen door zijn site weer naar de kerk gingen. Mensen, die ontdekken dat de site door een priester is opgezet en wordt bijgehouden, worden weer nieuwsgierig. Dat was het beginpunt. R. Vonhögen zag hier een enorme kans. Meer mensen in de kerk op zondag zal niet zo snel gebeuren. Maar we moeten wel werken aan opbouw. En als het hem lukt om vanuit een klein dorpje mensen aan de andere kant van de wereld te bereiken, dan moet dat hier in Nederland ook lukken. Het heeft te maken met de boodschap uitdragen. Na vijf jaar werken in de parochie is hij in Rome communicatie gaan studeren. Een van de belangrijkste lessen was, dat je communicatie niet zomaar even doet. Je moet een plan maken, communicatie moet onderdeel worden van het beleid. Bij een serieuze aanpak is er heel veel te winnen. Maar in de kerk is er vaak nog een afweerreactie, ook in de parochies. Vaak wordt communicatie, bijv. het parochieblad, nog gauw even kort behandeld aan het eind van de vergadering. Terwijl daar juist zo’n enorme kracht ligt. Bij een juiste aanpak kunnen we zoveel meer doen. Terug uit Rome ging hij werken in Amersfoort. Daar kan hij elke kerk per fiets bereiken. Heel anders dan in dit diasporabisdom. Maar hij schrok ook bij terugkomst in Nederland. In die enkele jaren, dat hij weggeweest was, was de teruggang in kerkbezoek nog groter geworden en was er nog meer vergrijzing. Toen hij een keer gevraagd werd in het Vaticaan iets te vertellen over websites, werd net toen de paus opgenomen in het ziekenhuis. Consternatie volgde. Hij is met een digitale cassetterecorder onmiddellijk verslag gaan doen. Voor het ziekenhuis stond een enorme menigte verslaggevers en andere geïnteresseerden. Hij is mensen gaan interviewen met de vraag wat men van de situatie af wist. Al puzzelend kwam hij te weten wat er aan de hand was. Weer thuis heeft hij het geluidsfragment op internet gezet als iPod. Het fragment was de volgende dag al duizenden keren gedownload. En er waren veel vragen. Toen bleek, dat mensen die niet thuis zijn in de kerk, niets weten. Ze weten niet wat een paus is, wat het Vaticaan is etc. Daarom heeft hij een Podcast gemaakt met uitleg over allerlei begrippen als paus en Vaticaan. Daarop kwamen nog meer reacties. Hij wilde opnamen maken in het Vaticaan, maar daar kom je moeilijk binnen. Met een smoes wist hij binnen te komen en heeft daar opnames gemaakt voor een nieuwe Podcast. Zo vertelde hij steeds over de kerk en het geloof, maar niet voor parochianen, maar voor mensen die geen contact of relatie hebben met een kerk. De drempel valt ineens weg. Hij maakt de Podcast niet in de vorm van een college, maar als beschrijving van wat hij ziet. Die eenvoudige benadering bleek voor veel mensen een eyeopener. Vaak denkt men bij priester of kerk aan mensen in een ivoren toren. Door zijn Podcasts bleek ineens dat dit beeld niet klopte. Zijn site met Podcasts bleef maar groeien en groeien. R. Vonhögen kon het niet meer alleen doen en heeft er andere mensen bij gezocht. Na verloop van tijd is een soort platform opgericht, een soort internetoproep: Star Quest Production Network (SQPN). God weet dat mensen van nature heel nieuwsgierig zijn en meer willen weten van de wereld waar ze in leven en van het geloof. Vandaar het sterretje achter de naam op de website (sqpn*); het sterretje staat niet boven aan de hemel of verder weg, maar bij de naam. Heel gewoon. Net als de drie wijzen, die het sterretje zien, en die op hun eigen manier gaan zoeken en via via Jezus vinden en dan geschenken uitwisselen: zij geven geschenken uit hun eigen streek en krijgen Jezus als geschenk terug. Als je iets wilt vertellen over communicatie begin dan bij dat verhaal. Niet gaan mopperen en zuchten, dat mensen niet in de kerk komen of oppervlakkig zijn. Niet moedeloos worden. We moeten weten dat de miljoenen mensen in Nederland, in deze regio, allemaal mensen zijn die door God op aarde zijn neergezet. Met allemaal dezelfde antenne, die op zoek is naar signalen van daarboven, van die ster. Ze lijken misschien oppervlakkig, maar de antenne is er. De mensen van nu zijn precies dezelfde als die uit de tijd van de apostelen. Net als de mensen van toen zijn mensen van nu op zoek. Maar toen waren er slechts twaalf apostelen, nu zijn er heel veel katholieken. Het is belangrijk niet te gaan pushen en duwen en trekken, maar wel zich af te vragen hoe we mensen weer nieuwsgierig kunnen maken, hoe kun je bemiddelen? Dat kun je o.a. met nieuwe media. Een van de dingen die je moet doen is: je afvragen waarnaar de mensen, die niet (meer) naar de kerk komen, op zoek zijn. Wat inspireert ze? En is er iets gemeenschappelijks wat we kunnen delen, bijvoorbeeld iets waar ik ook nieuwsgierig naar ben? Helaas zijn we daar niet sterk in. We zijn gewend om de dingen te doen zoals we ze kennen. En dat is waardevol. Zeker nu in een fusieproces, met samenwerkingsverbanden die in de toekomst misschien gaan veranderen: wat doet dat met onze eigenheid? Die eigenheid is je dierbaar. Maar tegelijk is dat ook een gevaar, namelijk dat we zo bang zijn voor veranderingen dat we een muur optrekken. Bang dat we worden leeggeroofd zodra we een deur of raam openzetten. Maar als we muren optrekken rond om ons, hoe maken we dan contact met de mensen in ons eigen dorp, met de mensen om ons heen? We moeten onze houding aanpassen. Als we willen groeien als kerk, moeten we ons afvragen waarnaar mensen op zoek zijn, wat ze willen. De website van de spqn* (http://sqpn.com) is niet in de eerste plaats voor rooms-katholieken bedoeld, maar voor andere geïnteresseerden. De programma’s die R. Vonhögen maakt, gaan over films. Bijv. Harry Potter: hier zitten veel religieuze thema’s in verborgen. En die zijn er heel bewust in verwerkt. Zo is de eenhoorn in het bos symbool voor Christus. Naast de uitleg van de film kan hij er iets aan toevoegen van onze eigen traditie. Ander voorbeeld: de Hobbit wordt verfilmd in Nieuw-Zeeland. Daar maakt hij een programma over. Toen bleek, dat Tolkien (de schrijver) een sterk betrokken katholiek was. Heel veel waarden in de verhalen zijn hele bekende katholieke waarden. Nu is zijn Podcast over de Hobbit de grootste ter wereld. Het is een gemeenschappelijke taal voor hem en talloze mensen over de wereld. Ander voorbeeld: Podcast over Kuifje. Daar komen geen religieuze zaken in voor, het verhaal is geen aanleiding om over het geloof te praten. Toen heeft hij besloten: hij doet het programma over Kuifje, eens per week, dit kost een uurtje. Maar elke keer dat hij dat doet, maakt hij ook reclame voor de andere programma’s die hij maakt. In een van die programma’s beantwoordt hij vragen van mensen over katholieken; daar komen de gekste vragen voorbij, die hij in 10 minuten beantwoordt (als onderdeel van een progamma van een uur). Zo kun je een beetje catechese geven, terwijl je de luisteraars in hun waarde laat. R. Vonhögen is allereerst gericht op de luisteraars: wat vinden die interessant en wat kan hij van zijn eigen passie verwerken in de antwoorden. Een klein percentage van de groep luisteraars gaat echt op weg, wil meer weten. Het is een soort trechteridee: er is een groot aantal luisteraars, een kleiner deel is geïnteresseerd, een nog kleiner deel maakt er echt werk van. Een van de vragen die mensen hebben als ze beginnen met geloven is: hoe maak ik contact met God? Hoe pak ik dat aan? Ze hebben geen Bijbel of gebedenboek, maar wel een mobieltje. Dus het gebed moet in het mobieltje. Dat is het enige waarvan R. Vonhögen zeker is dat ze het hebben. Daarom is hij begonnen met de ‘Pray Station Portable’, daar kun je je met je mobieltje op abonneren. Dan krijg je elke dag een gebedje, dat je kunt meebidden. En dat is vaak gewoon het getijdengebed of de lauden. Dit vinden velen erg mooi. Zo zie je dat iets heel ouds voor een nieuwe doelgroep nieuw en verfrissend kan zijn. Maar je moet ze er wel naar toe hebben geleid. Voorbeeld: Op een voetbalveld staan mensen bij het linkerdoel en jij komt als priester het veld op bij het rechterdoel. Hoe ga je de mensen meenemen? Hoe ga je de mensen bij jou brengen? Er zijn twee manieren: 1. lang en hard blazen op een scheidsrechtersfluitje, roepen dat ze verkeerd staan. Misschien komen er dan twee of drie mensen naar jou toe. Of 2. je vraagt je af waarom de mensen daar staan en niet bij jou. Misschien is het gras daar groener of vinden de mensen het daar leuker. Loop eerst eens naar dat doel en praat met ze en vertel dan dat er nog een doel is, dat ook mooi is. Dat kost meer tijd en moeite, maar de kans is groot dat er veel meer met je meelopen naar het andere doel dan bij de eerste optie. Wij hopen willen dat de kerk in de toekomst weer vol zit. Wij willen immers iemands ziel winnen, God wil toch hun ziel? Dat is waar R. Vonhögen voor gaat, hij wil de mensen iets vertellen en iets met ze delen en daarom wil hij ze in de kerk hebben. Waarom staat dan nu de meerderheid van Nederland aan de andere kant van het veld? Wat vinden ze daar? En hoe kan ik contact maken met hen? Dat doe je niet met alleen een parochieblad. Of met een mededeling in de viering. Je moet naar de mensen toe, zodat ze je kennen. Het persoonlijke contact neemt de mensen mee. Dat is tegelijkertijd onze zwakte en onze kracht. Onze zwakte: we zijn bang dat we onze eigenheid verliezen. Maar we moeten ons juist eerst verplaatsen in de leefwereld van de doelgroep. Het is de houding: daar zijn velen in geïnteresseerd en daar kan ik iets vertellen en een deel gaat dan misschien mee. Onze kracht: waarom gaan mensen nu nog naar de kerk? Ze willen erbij horen, ze voelen zich verbonden. Ze hebben vrienden of kennissen, die ook naar de kerk gaan. Er zijn bijna geen mensen die naar de kerk gaan zonder persoonlijke contacten in die kerk. Iedereen heeft altijd minimaal twee contacten. Zo gauw die wegvallen, valt het kerkbezoek weg. Bijv. ouderen die niet meer naar de kerk kunnen. Als er niet regelmatig contact wordt gehouden, vallen ze weg. Hetzelfde geldt voor jongeren. Als die naar de kerk komen, zijn ze vaak de enige jongere. Waarom zouden ze dan nog komen? Er zijn maar heel weinig die zich daar overheen kunnen zetten. Wat moet je doen om jongeren te bereiken? Sluit aan bij hun leefwereld. Waar houden ze zich mee bezig? Alleen al jezelf de vraag stellen kan je al op weg helpen. We moeten ons afvragen: wie zit er straks in de kerk? En na een jongerenviering moet je je afvragen hoe je het contact kunt vasthouden. Een voorbeeld: een collega wist dat velen op zondag op het voetbalveld staan. Hij ging daar naar toe als fan, maar stond ook voor een reclamebord met de tekst: uw pastoor staat hier op zondagmiddag, waar was u op zondagmorgen? Hiermee geeft hij aan, dat hij zich interesseert voor de jongeren, dat lokt een tegenreactie uit. Hoe krijg je de kerk weer vol? Een voor een, niet massaal. In elk dorp, in elke stad, heb je culturele festiviteiten. Zorg dat je als parochie daar bij bent. Ook al heeft het niets te maken met de kerk. Ga mee doen, leg contact, maak vriendschappen, maak duidelijk dat je van de parochie bent. Je moet creatief denken om nieuwe vriendschappen te sluiten en te laten zien wie je bent. Gesprek over de inleiding: - Is er een manier om kinderen van de basisschool te bereiken? Dat wordt nu gemist. R. Vonhögen: De beste methode is het hele traject te voeden. Je kan wel beginnen bij jong-volwassenen, maar leuker en beter is eerder te beginnen. Dat is niet zo moeilijk: jonge ouders kunnen iets vertellen op een school, je kunt het bestuur stimuleren, materiaal aanleveren. Bijvoorbeeld met Allerzielen. Niet alleen katholieken hebben overledenen. Als kerk zeggen: iedereen mag iets maken voor de dierbare overledenen, op een creatieve manier, eigen ontwerp, en dan gezamenlijk naar het kerkhof. Zo heb je urenlang mensen over de vloer en geef dan een foldertje mee van de kerk. Dus laagdrempelig contact en zorgen dat ze terugkomen. Mensen komen pas echt als er twee of drie contacten geweest zijn. Dus je kunt alle energie gooien in een vormselviering, maar als dat de enige activiteit is komen ze pas terug bij kerst of helemaal niet. Waarom geef je de vormelingen niet een tas mee met promotiemateriaal/producten? Net als op een beurs: gratis pennen, stickers etc. Nu is het al zo, dat elke parochie aan het eind van een eerste communieviering een cadeau geeft. Dat is altijd een beker of een kaars (wat moet een kind met een kaars?); het is een beetje afgezaagd. Waarom geen stickers, leuke agenda, kinderbijbeltje etc. Het is allemaal promotiemateriaal, maar dat vinden kinderen leuk. En rond een vormselviering kun je een activiteit organiseren die niet direct over kerk gaat, maar wel vanuit de kerk. Bijv. pannenkoekenavond en dan met een foto van het pastoresteam in liturgische kleding met pannenkoekenpan in de hand. Dit komt gegarandeerd op eerste pagina van de lokale krant. Het is belangrijk in die lokale krant te komen. - Zorg ervoor dat je contact maakt met de mensen, zorg dat je bij de ingang van de kerk een paar vrijwilligers hebt, die mensen welkom heten. Dat kunnen ook de acolieten doen. Het maakt een groot verschil, als iemand je aanspreekt. - Je moet je verplaatsen in de ander. Denken: als ik een gemiddelde doordeweekse heiden zou zijn, wat zou mij dan aanspreken? Twitter, Hyves, Facebook etc. zijn middelen. Staar je er niet blind op. Maar het zijn wel krachtige middelen. Zet ze in voor je kernboodschap. Voorbeeld: een foto van een zonsopgang, genomen in de trein. Dit zal niemand bekeren, maar als R. Vonhögen het op Facebook zet, maakt het mensen duidelijk dat hij onderweg is om in Drenthe iets te vertellen over nieuwe media. Voor de parochie geldt hetzelfde. Je kunt je goed inzetten voor dingen die niets te maken hebben met je eigen parochie. Dit maakt je boodschap alleen sterker. Ook met Allerzielen: de meeste mensen gaan dan niet naar de kerk, maar hebben wel intenties. Dus heeft R. Vonhögen misintenties gedaan via Facebook. Een uurtje voor de mis op de site gezet; hij kreeg veel reacties of hij wil bidden voor die en die…terwijl hij nog nooit contact heeft gehad met al die mensen. Dit soort acties kosten wel tijd, maar zijn ook mooi. Terwijl mensen de intenties op de Facebookpagina zetten zijn ze er wel even mee bezig en weten ze dat er aan de andere kant van de wereld iemand voor hen bidt. Zo kun je dus ook de liturgie bij andere doelgroep brengen. Dus: wees elke keer weer creatief, denk buiten de gebaande paden. - Opgemerkt wordt, dat er vanuit het Vaticaan en door het bisdom heel slecht gecommuniceerd wordt. Kan dat veranderd worden? R. Vonhögen.: Er wordt inderdaad heel slecht gecommuniceerd door de kerk. Daar zijn we heel slecht in. Soms lijkt het inderdaad of parochies alleen kunnen reageren op (negatieve) berichten of kunnen gaan puinruimen. Parochies hebben ook vaak het idee: we zijn hier druk bezig en dan dropt het bisdom weer iets. Maar bedenk: de mensen op het bisdom zijn ook geen superhelden, het zijn gewone mensen als u en ik. Ze moeten de communicatie ook ontdekken, dat is heel anders dan 30jaar gelden. We moeten elkaar wat tijd en ruimte gunnen. R. Vonhögen kan vaak niet zoveel doen aan wat in die regionen gebeurt. Maar kun je het zelf beter doen? Die vraag moet je je stellen. Zo wil de bisschop van Utrecht niet op tv. Daar kun je je aan ergeren, maar een optreden voor de camera ís ook heel moeilijk. Zo’n bisschop doet ook zijn best. Dan doet R. Vonhögen het zelf maar, ook al vindt hij het ook moeilijk. Maak je je er niet te boos over. De gemiddelde twitterende katholiek is verschrikkelijk. We nemen elkaar constant de maat. Dat verzuurde klimaat is typisch Nederlands en komt voort uit onzekerheid. Net als de apostelen, die alle ramen en deuren dicht hadden gedaan, kijken wij alleen in de eigen kring. Maar dat is zo benauwd geworden. Onzekerheid komt doordat er zoveel negatieve dingen zijn gebeurd als misbruik. Maar het tijdsvak waarin het heeft plaatsgevonden is twee generaties terug. Toch wordt de gemiddelde parochiaan van nu er op afgerekend. Dus zijn de mensen boos en dat is hij zelf ook. Want het is zíjn kerk, die kapot gaat. Misschien laten we ons zelf wel te vaak meppen. We moeten ons er van bewust zijn dat we goud in handen hebben: de God waar we in geloven. Waarom steken bestuursleden zoveel tijd in de kerk? Ze hebben hart voor de zaak, voor de gemeenschap, maar ook voor God die leeft in de gemeenschap. Dat is de energiebron, de kracht, waardoor je overeind blijft. Vergelijk het met het verhaal van de boot met apostelen in de storm, terwijl Jezus ligt te slapen. De apostelen zijn erg bang, maar komen gewoon aan de overkant. Zo gaat het ook met de kerk. Er is nu veel tegenwind, maar we gaan wel door. Het is niet te verwachten dat over twee jaar de kerk weer vol zit, maar misschien wel over 50 of 100 of 200 jaar. Het enige wat wij moeten doen is volhouden. - Een gevaar van nieuwe media is dat het een gimmick is. Snel even een nieuwe website, die dan niet wordt bijgehouden. Dat is niet uitnodigend, zeker niet voor de jongeren. Die denken: waar komen we nu terecht? Een stoffige boel. Je kan een geweldig parochiesite maken, maar je moet het wel bijhouden. Nog belangrijker is: is de website wel het beste medium? Een website is wel nodig, maar de actuele informatie moet wel kloppen, zoals tijden van vieringen. Toch: verwacht er geen wonderen van. Ga niet zomaar een Facebookpagina openen en denken dat er automatisch veel mensen op af komen. Het is maar een middel om contact te houden. Maar op lokaal niveau is lijfelijk contact toch eerste middel, om vriendschappen te maken met elkaar en met God. En daarna moeten mensen op de hoogte blijven, of via een parochieblad (pak je makkelijk even op, en ook vooral voor ouderen is een website niet interessant) of via de website (met een gemakkelijke naam! en netjes opgezet. Daar kun je mensen in de parochie voor vragen, ook buiten de eigen parochianen. Er is veel expertise op het gebied van internet). - Ga vanuit de passie van je eigen kerk de wereld in. Maak je niet zo druk om wat de mensen van je zeggen. Denk aan hoe Jezus begon, met 12 mensen en nu zijn het er 1 miljard. - Een mooi medium om mensen op de hoogte te houden is Twitter. Dat is enorm aan het groeien en is superhandig. Het lijkt op sms-berichten op internet. Een boodschap kan maximaal 140 tekens bevatten. Als parochiebestuur zou je een Twitter-account kunnen aanmaken en vervolgens kun je tegen parochianen zeggen dat ze kunnen volgen via Twitter. Dat zou ideaal zijn voor vieringen. Bijvoorbeeld: een reminder sturen bij een viering of een speciale activiteit. Heel laagdrempelig. En als mensen je volgen kun je ook weer reclame maken. Elke keer als R. Vonhögen een berichtje op Twitter zet, komt het bij 7000 mensen langs. En hoewel de gemiddelde pastor erg lang van stof is, dwingt Twitter hem/haar om kort en krachtig te blijven. Belangrijk daarbij zijn de vijf w’s: wie-wat-waar-wanneer-waarom. Dit moet allemaal in het bericht. Als R. Vonhögen bijvoorbeeld twittert, dat hij straks een doop doet en vermeldt waar het is en hoe laat, dan zijn er echt mensen die komen. Crisiscommunicatie in de parochie Iedere parochie kan geconfronteerd worden met een crisis; een ernstig ongeval met parochianen of in het dorp, fraude binnen het parochiekader of zaken in de sfeer van seksueel misbruik. Goede communicatie is op dat moment uiterst belangrijk. Workshopleider: Sjef van der Lans, hoofd communicatie bij Cordaid.

pleeg verzet met een alternatief

• Hard- en Software Lang, lang geleden, toen Microsoft nog heerschte over de wereld, had ik al de strategie dat ik niet al mijn eieren in dat ene mandje deed. Windows, daaraan viel niet te ontkomen. Maar het was al te duidelijk dat Microsoft iedere wereldburger in het pak wilde naaien: Internet Explorer, Hotmail, Msn, Office, Outlook Express. De meeste mensen slikten braaf wat ze door de strot werd geduwd. Ik niet, ik ging in het verzet. Hoe gratis Outlook Express ook was, en hoeveel vallen er ook in Windows werden gezet om Outlook Express te gaan gebruiken, ik bleef hardnekkig bij het mailprogramma Eudora - ook om een aantal praktische, technische voordelen trouwens. Ik vertikte het de Msn-software van Microsoft te gebruiken en versleet verschillende alternatieven. Vandaag de dag Msn ik met Pidgin, waarmee ik tegelijkertijd kan Yahoo-en. Office was niet te vermijden maar tot op de huidige dag gebruik ik Office 97 - zo heb ik nog altijd het gevoel dat ik Microsoft een hak zet. Ook Internet Explorer was enige tijd verplichte kost, maar zodra het kon stapte ik over op Firefox. Wat hoopte ik dat Google in de mobiele telefonie zou gaan, een browser zou maken, Office zou beconcurreren of zelfs een besturingssysteem voor de pc zou gaan maken. Hoe meer alternatieven voor Microsoft hoe beter. Vandaag is Microsoft nog altijd niet echt op zijn retour, maar toch is Google de partij geworden waarmee het uitkijken geblazen is. 'Mountain View' dooradert ons hele leven met de zoekmachine, Gmail, Android, Google Maps en ga zo maar door. Een onvervalste wake up call was voor mij het recente besluit van Google zoekresultaten uit zijn sociale netwerk Google+ aan de resultaten van de zoekmachine google.com toe te voegen. Het lijkt precies op wat Microsoft deed met het 'integreren' van Internet Explorer en andere software in Windows. Google noemt het zelfs net zo: integratie. Wat het werkelijk is: gebruikmaken van het monopolie op het ene gebied (Windows dan wel de zoekmachine) om een eigen product op een ander gebied te bevoordelen (Internet Explorer dan wel Google+), ten nadele van concurrenten die betere, belangrijker producten op dat andere gebied hebben (Netscape dan wel Facebook en Twitter). Ook heeft Google intussen de privacy voorwaarden van een groot aantal verschillende diensten vervangen door één reglement, waarmee de gegevens die de ene dienst verzamelt, ook gebruikt kunnen worden door de andere om gericht te adverteren. Het is tijd voor consumenten om na te denken over wiens diensten ze gebruiken. Er valt niet aan te ontkomen dat megabedrijven informatie over je verzamelen, maar je kunt wel voorkomen dat één bedrijf je hele leven in handen krijgt. Windows is onvermijdelijk, de zoekmachine van Google waarschijnlijk ook en Facebook eveneens. Apple is niet echt een leuk bedrijf, maar je moet dan serieus overwegen een iPhone te nemen in plaats van een mobieltje met software van Microsoft of Google. (En als je een Mac hebt, overweeg dan juist Windows Phone!) Spreiding van informatie is spreiding van risico. Allerlei diensten die door deze grote worden aangeboden zijn ook verkrijgbaar van kleinere partijen. Online opslagruimte is er van Dropbox, en online software die misschien wel beter is dan Google Apps wordt geleverd door Zoho.com. Browsers heb je van Firefox en Opera, en bekijk in plaats van Google Maps eens Openstreetmap.org. Google is niet langer een alternatief, maar een standaardkeuze waarvoor je een alternatief zoekt. Niet alle genoemde diensten hebben dezelfde mogelijkheden als die van Google of Microsoft. Maar vaak zijn ze voldoende en ze geven je het stoere gevoel in het verzet te zitten. Auteur: Herbert Blankesteijn (hcc nieuwsbrief)

dinsdag 3 januari 2012

ARTIKELEN VOOR U VERZAMELD OVER SOCIALE MEDIA EN DE KERKEN

"Sociale netwerken zijn een integraal onderdeel geworden in het dagelijks leven en relaties van de meeste mensen," vertelt Curtis Simmons, betrokken bij Fellowship Technologies. "Als kerken ernaar verlangen op zinvolle manieren in contact te komen met hun gemeenschap, dan moeten ze zichzelf actief betrekken in sociale media. Duizenden mensen steunen en bemoedigen elkaar door middel van deze tools. Het is daarom van belang dat de kerk een actieve deelnemer van dit netwerk wordt."

Uit een eerder onderzoek bleek dat bijna de helft van de predikanten gebruik maakt van Facebook. Bovendien maakt 16 procent gebruik van blogs en is 6 procent actief op Twitter. McConnell geeft ook een waarschuwing: "Bijbelse gemeenschap vereist meer dan alleen tweets en fan-pagina's. Maar het is duidelijk dat sociale media een handig hulpmiddel is om een gemeenschap te bouwen en te onderhouden."

25-1-2011 | auteur: Jeffrey Schipper | copyright: www.cip.

Sociale media een kans voor de kerken
Als kerken vandaag de dag effectief de wereld in gaan met het evangelie, zullen ze ook online actief moeten zijn. Dit stelt Tim Schraeder, mede-directeur van de organisatie Center for Church Communication. Hij constateert dat het internet kerken kan helpen en iets is wat ze nodig hebben om een actieve gemeenschap te zijn.
Volgens de schrijver zullen kerken gebruik moeten maken van internet en sociale media om niet achter te blijven in het communiceren van hun boodschap. Hij ziet de technologische vooruitgang dan ook als een kans voor de Kerk. "Er zijn meer middelen beschikbaar dan er ooit zijn geweest om de boodschap van het evangelie met letterlijk een muisklik te communiceren," vertelt Schraeder. "Mensen zullen eerst de website van uw kerk bekijken, voordat ze het besluit nemen om uw kerk ook te gaan bezoeken."

Effectiever
Schraeder wordt door diverse Amerikaanse kerken beschouwd als communicatie-specialist en helpt hen dit te ontwikkelen. "Ik denk dat online communicatie voor de kerk relatief nieuw is. Maar ik geloof dat de meeste kerken eerst moeten beginnen zich te realiseren dat steeds meer mensen online actief zijn. Ook de kerk moet daarom online aanwezig zijn en effectiever communiceren." De auteur van het boekOutspoken: Conversations on Church Communication benadrukt dat er verschillende manieren zijn om die communicatie te verbeteren.
"De gevolgen van deze cultuurverschuiving zien we allemaal in ons dagelijks leven. Kerken beginnen steeds meer te zien dat dit ook een rol speelt in het kerkelijk leven van mensen," aldus Schraeder.

sociale media verlaagt drempel kerk
Missionair gezien hebben sociale media aan predikanten wel wat te bieden, vindt communicatiedeskundige dr.ir.Jan van der Stoep. Maar predikanten moeten wel discipline opbrengen om zich niet ongeremd aan deze media over te geven.
Het mooie van sociale media is dat ze het onderscheid tussen buiten en binnen kleiner maken. Ze slechten de muren van de kerken, zodat mensen die niet zo snel de dremepel van de kerk over durven stappen, toch de kans krijgen om naar binnen te kijken. Bovendien zijn deze media belangrijk om te leren hoe de maatschappij in elkaar zit. In een netwerksamenleving als de onze kunnen predikanten via deze media op de hoogte blijven van wat gemeenteleden bezighoudt.
Van der Stoep wil een lans breken voor een goed gebruik van mediakanalen. Maar sociale media kunnen pastorale gesprekken in het echte leven niet vervangen. "Sowieso schieten deze media tekort bij grote levensmomenten, als geboorte, lijden of dood. Qua communicatie zijn ze een aangename aanvulling naast een geregeld live contact, niet meer en niet minder. Je kunt er veel mee, maar ze bieden slechts een heel beperkte vorm van contact.
Dit is een samenvatting van een artikel uit Waarheidsvriend, klik hier om naar de website te gaan


Kerk en sociale media: logische partners
Vrijdag heeft de synode van de Protestantse Kerk in Nederland uitgesproken dat een studiecommissie gebruik van Twitter en Facebook voor kerkelijk gebruikmoet onderzoeken. Ik kon het volgen vanuit mijn werkkamer dankzij de sociale media, ‘synodeTV’ en Twitter. Honderden geïnteresseerde kerkleden en dominees volgden het vanuit het hele land met mij. Als de synodeleden op een scherm de Twitterfontein zouden zien van alle tweets over hun vergadering, zouden ze zien dat sociale media voor de kerk een uitkomst zijn. Het vergroot de betrokkenheid op een manier die voorheen onmogelijk was. Alles wijst erop dat de sociale media zullen blijven bestaan en ons communiceren blijvend zullen beïnvloeden. Dat is niet iets om bang voor te zijn, zeker niet als kerk die midden in de samenleving wil staan. Met verschillende pioniers heb ik ervaringen opgedaan in kerkdiensten via Twitter en LinkedIn en met Facebook-groepen.
De LinkedIn groep Predikanten & Pastores kent ruim negenhonderd leden die allerhande discussies voeren. De communitypagina van de Protestantse Kerk in Nederland op Facebook heeft 285 likes en een groter aantal gebruikers. Het enthousiasme voor de verkiezing van de Webfish Awards die momenteel loopt geeft al aan hoe kerkelijk Nederland op een steeds professionelere manier bezig is met internet.
De theologen-beweging Op Goed Gerucht organiseert in januari een studiedag over de mogelijkheid van een theologie van de social media onder de noemer ‘Het Gevleugelde Woord’. Mijn stelling is dat het christendom en misschien juist het protestantisme een media-religie is. Van de brieven van Paulus naar de vroege communities in bijvoorbeeld Rome tot de bijbels en geschriften die dankzij de boekdrukkunst verspreid konden worden, tot de radio-pioniers van Radio Bloemendaal en NCRV bleek de kerk altijd een early adopter van nieuwe media.
Dat de PKN nu huiverig staat tegenover de sociale media is een trendbreuk die misschien symptomatisch is voor haar gebrek aan aansluiting bij de veranderende samenleving. Maar het is nooit te laat om je aan te passen!
Fred Omvlee is krijgsmachtpredikant en intiatiefnemer van Social Sunday en deElvis-kerkdiensten.