donderdag 5 april 2012

verslag van een besturendag over communicatie

VERSLAG VAN DE BESTURENDAG REGIO DRENTHE Thema: Kerk in verandering. Hoe communiceer je dat? R. Vonhögen: Doorgaans is het zo, dat een pastor veel moet reizen als hij/zij een bezoek wil afleggen bij mensen. R. Vonhögen daarentegen komt door de moderne communicatie in alle huiskamers. De nieuwe media maken het mogelijk op een hele goedkope en gemakkelijke manier met elkaar in contact komen. Dit betekent niet dat we niet lijfelijk met elkaar in contact moeten komen; maar de nieuwe media maken nog meer mogelijk. Die groep waarmee je contact hebt kun je uitbreiden. Voor een camera staan of op internet bezig zijn is geen standaard onderdeel van de priesteropleiding. Toen R. Vonhögen priester wilde worden, dacht hij aan een leven met veel vieringen in de kerk en veel vergaderen. Hij had geen idee wat priesters verder deden. Zijn beeld van priesters was erg klassiek. In geen geval dacht hij aan de media. Dat is zijn hele opleiding zo gebleven. Na zijn opleiding begon hij te werken in een klein dorpje aan de Lek. Het enige communicatiemiddel van het dorp was de groene telefooncel, die elk weekend door jongeren werd verwoest. Hij had al snel de vraag: hoe kan ik de mensen bereiken en hoe kan ik contact houden met de rest van de wereld? Dat was in de tijd dat internet begon op te komen. Hoewel toen nog erg langzaam, was het wel de manier om op de hoogte te blijven van wat er allemaal gebeurde in de wereld. Het was ook geschikt voor zijn hobby’s. Voor informatie over films is internet zeer geschikt. Hij is begonnen zelf een website op te zetten met teksten over films, als hobby. De website werd goed bezocht en het begon enorm te groeien. Velen vonden het maar raar dat een priester zich interesseerde voor bijvoorbeeld Star War-films. Niet-kerkelijke mensen vonden dat wel grappig. Omdat hij regelmatig nieuwe films besprak op zijn site, werd de site steeds populairder, tot op een gegeven moment 20.000 mensen per dag de site bezochten. Allemaal mensen die hij niet kent. Het kost heel veel moeite om op zondag mensen in de kerk te krijgen, vooral jonge mensen. Terwijl het maar 10 minuten per dag kost om een stukje op internet te zetten, dat vervolgens duizenden mensen trekt. Op een gegeven moment kreeg hij een uitnodiging uit Amerika voor een conventie over Star Wars. Bij een rondleiding bleek iedereen zijn site te kennen. Zo werd hij omhelsd door een volop getatoeëerde Star War-fan in Star War-kledij en door zijn familie. Deze man was vrachtwagenchauffeur en was steeds 6 of 7 dagen onderweg. Als hij thuis kwam las hij onmiddellijk alles wat R. Vonhögen geschreven had de laatste week en daar keek hij al de hele week naar uit. Die impact van zo’n site is ongelooflijk groot. Andere reacties, die hij kreeg, maakten duidelijk dat mensen door zijn site weer naar de kerk gingen. Mensen, die ontdekken dat de site door een priester is opgezet en wordt bijgehouden, worden weer nieuwsgierig. Dat was het beginpunt. R. Vonhögen zag hier een enorme kans. Meer mensen in de kerk op zondag zal niet zo snel gebeuren. Maar we moeten wel werken aan opbouw. En als het hem lukt om vanuit een klein dorpje mensen aan de andere kant van de wereld te bereiken, dan moet dat hier in Nederland ook lukken. Het heeft te maken met de boodschap uitdragen. Na vijf jaar werken in de parochie is hij in Rome communicatie gaan studeren. Een van de belangrijkste lessen was, dat je communicatie niet zomaar even doet. Je moet een plan maken, communicatie moet onderdeel worden van het beleid. Bij een serieuze aanpak is er heel veel te winnen. Maar in de kerk is er vaak nog een afweerreactie, ook in de parochies. Vaak wordt communicatie, bijv. het parochieblad, nog gauw even kort behandeld aan het eind van de vergadering. Terwijl daar juist zo’n enorme kracht ligt. Bij een juiste aanpak kunnen we zoveel meer doen. Terug uit Rome ging hij werken in Amersfoort. Daar kan hij elke kerk per fiets bereiken. Heel anders dan in dit diasporabisdom. Maar hij schrok ook bij terugkomst in Nederland. In die enkele jaren, dat hij weggeweest was, was de teruggang in kerkbezoek nog groter geworden en was er nog meer vergrijzing. Toen hij een keer gevraagd werd in het Vaticaan iets te vertellen over websites, werd net toen de paus opgenomen in het ziekenhuis. Consternatie volgde. Hij is met een digitale cassetterecorder onmiddellijk verslag gaan doen. Voor het ziekenhuis stond een enorme menigte verslaggevers en andere geïnteresseerden. Hij is mensen gaan interviewen met de vraag wat men van de situatie af wist. Al puzzelend kwam hij te weten wat er aan de hand was. Weer thuis heeft hij het geluidsfragment op internet gezet als iPod. Het fragment was de volgende dag al duizenden keren gedownload. En er waren veel vragen. Toen bleek, dat mensen die niet thuis zijn in de kerk, niets weten. Ze weten niet wat een paus is, wat het Vaticaan is etc. Daarom heeft hij een Podcast gemaakt met uitleg over allerlei begrippen als paus en Vaticaan. Daarop kwamen nog meer reacties. Hij wilde opnamen maken in het Vaticaan, maar daar kom je moeilijk binnen. Met een smoes wist hij binnen te komen en heeft daar opnames gemaakt voor een nieuwe Podcast. Zo vertelde hij steeds over de kerk en het geloof, maar niet voor parochianen, maar voor mensen die geen contact of relatie hebben met een kerk. De drempel valt ineens weg. Hij maakt de Podcast niet in de vorm van een college, maar als beschrijving van wat hij ziet. Die eenvoudige benadering bleek voor veel mensen een eyeopener. Vaak denkt men bij priester of kerk aan mensen in een ivoren toren. Door zijn Podcasts bleek ineens dat dit beeld niet klopte. Zijn site met Podcasts bleef maar groeien en groeien. R. Vonhögen kon het niet meer alleen doen en heeft er andere mensen bij gezocht. Na verloop van tijd is een soort platform opgericht, een soort internetoproep: Star Quest Production Network (SQPN). God weet dat mensen van nature heel nieuwsgierig zijn en meer willen weten van de wereld waar ze in leven en van het geloof. Vandaar het sterretje achter de naam op de website (sqpn*); het sterretje staat niet boven aan de hemel of verder weg, maar bij de naam. Heel gewoon. Net als de drie wijzen, die het sterretje zien, en die op hun eigen manier gaan zoeken en via via Jezus vinden en dan geschenken uitwisselen: zij geven geschenken uit hun eigen streek en krijgen Jezus als geschenk terug. Als je iets wilt vertellen over communicatie begin dan bij dat verhaal. Niet gaan mopperen en zuchten, dat mensen niet in de kerk komen of oppervlakkig zijn. Niet moedeloos worden. We moeten weten dat de miljoenen mensen in Nederland, in deze regio, allemaal mensen zijn die door God op aarde zijn neergezet. Met allemaal dezelfde antenne, die op zoek is naar signalen van daarboven, van die ster. Ze lijken misschien oppervlakkig, maar de antenne is er. De mensen van nu zijn precies dezelfde als die uit de tijd van de apostelen. Net als de mensen van toen zijn mensen van nu op zoek. Maar toen waren er slechts twaalf apostelen, nu zijn er heel veel katholieken. Het is belangrijk niet te gaan pushen en duwen en trekken, maar wel zich af te vragen hoe we mensen weer nieuwsgierig kunnen maken, hoe kun je bemiddelen? Dat kun je o.a. met nieuwe media. Een van de dingen die je moet doen is: je afvragen waarnaar de mensen, die niet (meer) naar de kerk komen, op zoek zijn. Wat inspireert ze? En is er iets gemeenschappelijks wat we kunnen delen, bijvoorbeeld iets waar ik ook nieuwsgierig naar ben? Helaas zijn we daar niet sterk in. We zijn gewend om de dingen te doen zoals we ze kennen. En dat is waardevol. Zeker nu in een fusieproces, met samenwerkingsverbanden die in de toekomst misschien gaan veranderen: wat doet dat met onze eigenheid? Die eigenheid is je dierbaar. Maar tegelijk is dat ook een gevaar, namelijk dat we zo bang zijn voor veranderingen dat we een muur optrekken. Bang dat we worden leeggeroofd zodra we een deur of raam openzetten. Maar als we muren optrekken rond om ons, hoe maken we dan contact met de mensen in ons eigen dorp, met de mensen om ons heen? We moeten onze houding aanpassen. Als we willen groeien als kerk, moeten we ons afvragen waarnaar mensen op zoek zijn, wat ze willen. De website van de spqn* (http://sqpn.com) is niet in de eerste plaats voor rooms-katholieken bedoeld, maar voor andere geïnteresseerden. De programma’s die R. Vonhögen maakt, gaan over films. Bijv. Harry Potter: hier zitten veel religieuze thema’s in verborgen. En die zijn er heel bewust in verwerkt. Zo is de eenhoorn in het bos symbool voor Christus. Naast de uitleg van de film kan hij er iets aan toevoegen van onze eigen traditie. Ander voorbeeld: de Hobbit wordt verfilmd in Nieuw-Zeeland. Daar maakt hij een programma over. Toen bleek, dat Tolkien (de schrijver) een sterk betrokken katholiek was. Heel veel waarden in de verhalen zijn hele bekende katholieke waarden. Nu is zijn Podcast over de Hobbit de grootste ter wereld. Het is een gemeenschappelijke taal voor hem en talloze mensen over de wereld. Ander voorbeeld: Podcast over Kuifje. Daar komen geen religieuze zaken in voor, het verhaal is geen aanleiding om over het geloof te praten. Toen heeft hij besloten: hij doet het programma over Kuifje, eens per week, dit kost een uurtje. Maar elke keer dat hij dat doet, maakt hij ook reclame voor de andere programma’s die hij maakt. In een van die programma’s beantwoordt hij vragen van mensen over katholieken; daar komen de gekste vragen voorbij, die hij in 10 minuten beantwoordt (als onderdeel van een progamma van een uur). Zo kun je een beetje catechese geven, terwijl je de luisteraars in hun waarde laat. R. Vonhögen is allereerst gericht op de luisteraars: wat vinden die interessant en wat kan hij van zijn eigen passie verwerken in de antwoorden. Een klein percentage van de groep luisteraars gaat echt op weg, wil meer weten. Het is een soort trechteridee: er is een groot aantal luisteraars, een kleiner deel is geïnteresseerd, een nog kleiner deel maakt er echt werk van. Een van de vragen die mensen hebben als ze beginnen met geloven is: hoe maak ik contact met God? Hoe pak ik dat aan? Ze hebben geen Bijbel of gebedenboek, maar wel een mobieltje. Dus het gebed moet in het mobieltje. Dat is het enige waarvan R. Vonhögen zeker is dat ze het hebben. Daarom is hij begonnen met de ‘Pray Station Portable’, daar kun je je met je mobieltje op abonneren. Dan krijg je elke dag een gebedje, dat je kunt meebidden. En dat is vaak gewoon het getijdengebed of de lauden. Dit vinden velen erg mooi. Zo zie je dat iets heel ouds voor een nieuwe doelgroep nieuw en verfrissend kan zijn. Maar je moet ze er wel naar toe hebben geleid. Voorbeeld: Op een voetbalveld staan mensen bij het linkerdoel en jij komt als priester het veld op bij het rechterdoel. Hoe ga je de mensen meenemen? Hoe ga je de mensen bij jou brengen? Er zijn twee manieren: 1. lang en hard blazen op een scheidsrechtersfluitje, roepen dat ze verkeerd staan. Misschien komen er dan twee of drie mensen naar jou toe. Of 2. je vraagt je af waarom de mensen daar staan en niet bij jou. Misschien is het gras daar groener of vinden de mensen het daar leuker. Loop eerst eens naar dat doel en praat met ze en vertel dan dat er nog een doel is, dat ook mooi is. Dat kost meer tijd en moeite, maar de kans is groot dat er veel meer met je meelopen naar het andere doel dan bij de eerste optie. Wij hopen willen dat de kerk in de toekomst weer vol zit. Wij willen immers iemands ziel winnen, God wil toch hun ziel? Dat is waar R. Vonhögen voor gaat, hij wil de mensen iets vertellen en iets met ze delen en daarom wil hij ze in de kerk hebben. Waarom staat dan nu de meerderheid van Nederland aan de andere kant van het veld? Wat vinden ze daar? En hoe kan ik contact maken met hen? Dat doe je niet met alleen een parochieblad. Of met een mededeling in de viering. Je moet naar de mensen toe, zodat ze je kennen. Het persoonlijke contact neemt de mensen mee. Dat is tegelijkertijd onze zwakte en onze kracht. Onze zwakte: we zijn bang dat we onze eigenheid verliezen. Maar we moeten ons juist eerst verplaatsen in de leefwereld van de doelgroep. Het is de houding: daar zijn velen in geïnteresseerd en daar kan ik iets vertellen en een deel gaat dan misschien mee. Onze kracht: waarom gaan mensen nu nog naar de kerk? Ze willen erbij horen, ze voelen zich verbonden. Ze hebben vrienden of kennissen, die ook naar de kerk gaan. Er zijn bijna geen mensen die naar de kerk gaan zonder persoonlijke contacten in die kerk. Iedereen heeft altijd minimaal twee contacten. Zo gauw die wegvallen, valt het kerkbezoek weg. Bijv. ouderen die niet meer naar de kerk kunnen. Als er niet regelmatig contact wordt gehouden, vallen ze weg. Hetzelfde geldt voor jongeren. Als die naar de kerk komen, zijn ze vaak de enige jongere. Waarom zouden ze dan nog komen? Er zijn maar heel weinig die zich daar overheen kunnen zetten. Wat moet je doen om jongeren te bereiken? Sluit aan bij hun leefwereld. Waar houden ze zich mee bezig? Alleen al jezelf de vraag stellen kan je al op weg helpen. We moeten ons afvragen: wie zit er straks in de kerk? En na een jongerenviering moet je je afvragen hoe je het contact kunt vasthouden. Een voorbeeld: een collega wist dat velen op zondag op het voetbalveld staan. Hij ging daar naar toe als fan, maar stond ook voor een reclamebord met de tekst: uw pastoor staat hier op zondagmiddag, waar was u op zondagmorgen? Hiermee geeft hij aan, dat hij zich interesseert voor de jongeren, dat lokt een tegenreactie uit. Hoe krijg je de kerk weer vol? Een voor een, niet massaal. In elk dorp, in elke stad, heb je culturele festiviteiten. Zorg dat je als parochie daar bij bent. Ook al heeft het niets te maken met de kerk. Ga mee doen, leg contact, maak vriendschappen, maak duidelijk dat je van de parochie bent. Je moet creatief denken om nieuwe vriendschappen te sluiten en te laten zien wie je bent. Gesprek over de inleiding: - Is er een manier om kinderen van de basisschool te bereiken? Dat wordt nu gemist. R. Vonhögen: De beste methode is het hele traject te voeden. Je kan wel beginnen bij jong-volwassenen, maar leuker en beter is eerder te beginnen. Dat is niet zo moeilijk: jonge ouders kunnen iets vertellen op een school, je kunt het bestuur stimuleren, materiaal aanleveren. Bijvoorbeeld met Allerzielen. Niet alleen katholieken hebben overledenen. Als kerk zeggen: iedereen mag iets maken voor de dierbare overledenen, op een creatieve manier, eigen ontwerp, en dan gezamenlijk naar het kerkhof. Zo heb je urenlang mensen over de vloer en geef dan een foldertje mee van de kerk. Dus laagdrempelig contact en zorgen dat ze terugkomen. Mensen komen pas echt als er twee of drie contacten geweest zijn. Dus je kunt alle energie gooien in een vormselviering, maar als dat de enige activiteit is komen ze pas terug bij kerst of helemaal niet. Waarom geef je de vormelingen niet een tas mee met promotiemateriaal/producten? Net als op een beurs: gratis pennen, stickers etc. Nu is het al zo, dat elke parochie aan het eind van een eerste communieviering een cadeau geeft. Dat is altijd een beker of een kaars (wat moet een kind met een kaars?); het is een beetje afgezaagd. Waarom geen stickers, leuke agenda, kinderbijbeltje etc. Het is allemaal promotiemateriaal, maar dat vinden kinderen leuk. En rond een vormselviering kun je een activiteit organiseren die niet direct over kerk gaat, maar wel vanuit de kerk. Bijv. pannenkoekenavond en dan met een foto van het pastoresteam in liturgische kleding met pannenkoekenpan in de hand. Dit komt gegarandeerd op eerste pagina van de lokale krant. Het is belangrijk in die lokale krant te komen. - Zorg ervoor dat je contact maakt met de mensen, zorg dat je bij de ingang van de kerk een paar vrijwilligers hebt, die mensen welkom heten. Dat kunnen ook de acolieten doen. Het maakt een groot verschil, als iemand je aanspreekt. - Je moet je verplaatsen in de ander. Denken: als ik een gemiddelde doordeweekse heiden zou zijn, wat zou mij dan aanspreken? Twitter, Hyves, Facebook etc. zijn middelen. Staar je er niet blind op. Maar het zijn wel krachtige middelen. Zet ze in voor je kernboodschap. Voorbeeld: een foto van een zonsopgang, genomen in de trein. Dit zal niemand bekeren, maar als R. Vonhögen het op Facebook zet, maakt het mensen duidelijk dat hij onderweg is om in Drenthe iets te vertellen over nieuwe media. Voor de parochie geldt hetzelfde. Je kunt je goed inzetten voor dingen die niets te maken hebben met je eigen parochie. Dit maakt je boodschap alleen sterker. Ook met Allerzielen: de meeste mensen gaan dan niet naar de kerk, maar hebben wel intenties. Dus heeft R. Vonhögen misintenties gedaan via Facebook. Een uurtje voor de mis op de site gezet; hij kreeg veel reacties of hij wil bidden voor die en die…terwijl hij nog nooit contact heeft gehad met al die mensen. Dit soort acties kosten wel tijd, maar zijn ook mooi. Terwijl mensen de intenties op de Facebookpagina zetten zijn ze er wel even mee bezig en weten ze dat er aan de andere kant van de wereld iemand voor hen bidt. Zo kun je dus ook de liturgie bij andere doelgroep brengen. Dus: wees elke keer weer creatief, denk buiten de gebaande paden. - Opgemerkt wordt, dat er vanuit het Vaticaan en door het bisdom heel slecht gecommuniceerd wordt. Kan dat veranderd worden? R. Vonhögen.: Er wordt inderdaad heel slecht gecommuniceerd door de kerk. Daar zijn we heel slecht in. Soms lijkt het inderdaad of parochies alleen kunnen reageren op (negatieve) berichten of kunnen gaan puinruimen. Parochies hebben ook vaak het idee: we zijn hier druk bezig en dan dropt het bisdom weer iets. Maar bedenk: de mensen op het bisdom zijn ook geen superhelden, het zijn gewone mensen als u en ik. Ze moeten de communicatie ook ontdekken, dat is heel anders dan 30jaar gelden. We moeten elkaar wat tijd en ruimte gunnen. R. Vonhögen kan vaak niet zoveel doen aan wat in die regionen gebeurt. Maar kun je het zelf beter doen? Die vraag moet je je stellen. Zo wil de bisschop van Utrecht niet op tv. Daar kun je je aan ergeren, maar een optreden voor de camera ís ook heel moeilijk. Zo’n bisschop doet ook zijn best. Dan doet R. Vonhögen het zelf maar, ook al vindt hij het ook moeilijk. Maak je je er niet te boos over. De gemiddelde twitterende katholiek is verschrikkelijk. We nemen elkaar constant de maat. Dat verzuurde klimaat is typisch Nederlands en komt voort uit onzekerheid. Net als de apostelen, die alle ramen en deuren dicht hadden gedaan, kijken wij alleen in de eigen kring. Maar dat is zo benauwd geworden. Onzekerheid komt doordat er zoveel negatieve dingen zijn gebeurd als misbruik. Maar het tijdsvak waarin het heeft plaatsgevonden is twee generaties terug. Toch wordt de gemiddelde parochiaan van nu er op afgerekend. Dus zijn de mensen boos en dat is hij zelf ook. Want het is zíjn kerk, die kapot gaat. Misschien laten we ons zelf wel te vaak meppen. We moeten ons er van bewust zijn dat we goud in handen hebben: de God waar we in geloven. Waarom steken bestuursleden zoveel tijd in de kerk? Ze hebben hart voor de zaak, voor de gemeenschap, maar ook voor God die leeft in de gemeenschap. Dat is de energiebron, de kracht, waardoor je overeind blijft. Vergelijk het met het verhaal van de boot met apostelen in de storm, terwijl Jezus ligt te slapen. De apostelen zijn erg bang, maar komen gewoon aan de overkant. Zo gaat het ook met de kerk. Er is nu veel tegenwind, maar we gaan wel door. Het is niet te verwachten dat over twee jaar de kerk weer vol zit, maar misschien wel over 50 of 100 of 200 jaar. Het enige wat wij moeten doen is volhouden. - Een gevaar van nieuwe media is dat het een gimmick is. Snel even een nieuwe website, die dan niet wordt bijgehouden. Dat is niet uitnodigend, zeker niet voor de jongeren. Die denken: waar komen we nu terecht? Een stoffige boel. Je kan een geweldig parochiesite maken, maar je moet het wel bijhouden. Nog belangrijker is: is de website wel het beste medium? Een website is wel nodig, maar de actuele informatie moet wel kloppen, zoals tijden van vieringen. Toch: verwacht er geen wonderen van. Ga niet zomaar een Facebookpagina openen en denken dat er automatisch veel mensen op af komen. Het is maar een middel om contact te houden. Maar op lokaal niveau is lijfelijk contact toch eerste middel, om vriendschappen te maken met elkaar en met God. En daarna moeten mensen op de hoogte blijven, of via een parochieblad (pak je makkelijk even op, en ook vooral voor ouderen is een website niet interessant) of via de website (met een gemakkelijke naam! en netjes opgezet. Daar kun je mensen in de parochie voor vragen, ook buiten de eigen parochianen. Er is veel expertise op het gebied van internet). - Ga vanuit de passie van je eigen kerk de wereld in. Maak je niet zo druk om wat de mensen van je zeggen. Denk aan hoe Jezus begon, met 12 mensen en nu zijn het er 1 miljard. - Een mooi medium om mensen op de hoogte te houden is Twitter. Dat is enorm aan het groeien en is superhandig. Het lijkt op sms-berichten op internet. Een boodschap kan maximaal 140 tekens bevatten. Als parochiebestuur zou je een Twitter-account kunnen aanmaken en vervolgens kun je tegen parochianen zeggen dat ze kunnen volgen via Twitter. Dat zou ideaal zijn voor vieringen. Bijvoorbeeld: een reminder sturen bij een viering of een speciale activiteit. Heel laagdrempelig. En als mensen je volgen kun je ook weer reclame maken. Elke keer als R. Vonhögen een berichtje op Twitter zet, komt het bij 7000 mensen langs. En hoewel de gemiddelde pastor erg lang van stof is, dwingt Twitter hem/haar om kort en krachtig te blijven. Belangrijk daarbij zijn de vijf w’s: wie-wat-waar-wanneer-waarom. Dit moet allemaal in het bericht. Als R. Vonhögen bijvoorbeeld twittert, dat hij straks een doop doet en vermeldt waar het is en hoe laat, dan zijn er echt mensen die komen. Crisiscommunicatie in de parochie Iedere parochie kan geconfronteerd worden met een crisis; een ernstig ongeval met parochianen of in het dorp, fraude binnen het parochiekader of zaken in de sfeer van seksueel misbruik. Goede communicatie is op dat moment uiterst belangrijk. Workshopleider: Sjef van der Lans, hoofd communicatie bij Cordaid.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten