vrijdag 6 april 2012

De dominees hebben aan 140 tekens niet genoeg

Trouw, Monic Slingerland − 23/02/11, 00:00 Boekdrukkunst bracht de Reformatie in een stroomversnelling. Kan Twitter dat ook bereiken? ¿Mij ligt het niet.¿ Is Twitter zoiets als een kerkklok of een rozenkrans; spirituele pokon om het geloofsleven te voeden? Relitwitteraars, die dagelijks een catechismustweet lezen, of elkaar in maximaal 140 tekens goede raad geven, zeggen van wel. We zijn benieuwd of de theologen van het elftal zich de vingers blauw twitteren. Of kunnen ze zonder? Stadspredikant Abeltje Hoogenkamp, die in Amsterdam nieuwe en spannende initiatieven bedenkt, is een aarzelende twitteraar. Ze noemt zichzelf een beginner, al heeft iemand een half jaar geleden voor haar de deur van de twitterwereld geopend. ¿Ik ben nog niet in vorm¿, bekent ze. ¿Misschien is het niet mijn medium.¿ Het ligt niet aan Hoogenkamps kerk, dat ze wat onwennig is. De Protestantse Kerk van Amsterdam, waar ze predikant is, hield afgelopen zondag een twitterdienst. Ook organiseerde deze kerk een twitterworkshop, op veler verzoek. Ondanks dat loopt Hoogenkamp er zelf niet erg warm voor. Al gunt ze twitteren het voordeel van de twijfel. ¿Misschien is het een manier van communiceren, zoals mobiele telefoons, of websites. Daar was ik ook al niet snel mee, trouwens.¿ Stadgenoot Henk Leegte, doopsgezind predikant, is helemaal niet aan twitteren begonnen. ¿Je bent een twitteraar of je bent het niet. Ik ben het niet.¿ Leegte zit wel op de vriendensite Facebook. ¿Als je een week niet erop geweest bent, lees je dat je zoveel dingen gemist hebt. Dan begin ik er maar niet meer aan. En de netwerksite LinkedIn betekent vooral dat ik 'ja' klik op uitnodigingen van mensen die met mij in contact willen komen. Meer doe ik er niet mee. Ach, ik voel met mijn veertig jaar erg old school. Ja, die term ken ik dan weer wel.¿ Dus bij zijn werk als predikant heeft Leegte de zogeheten sociale media helemaal niet nodig? ¿Het is een kentheoretisch principe dat je niet kunt weten wat je mist, als je iets niet kent¿, zegt hij. ¿Maar voor mij betekent christen zijn dat je deel uitmaakt van een gemeenschap waarin je elkaar van aangezicht tot aangezicht ontmoet.¿ Leegte merkt wel dat sommige nieuwkomers in zijn kerk eerst even op Facebook gekeken hebben voordat ze meedoen. Zelf luidt hij een elektronische kerkklok, in de vorm van een e-mail aan een compleet adressenbestand, met informatie over de komende kerkdienst. ¿Daar staat dan in over welke tekst de preek gaat en of er kinderkerk is. Dat zijn niet meer dan drie regels, dus het komt in de buurt van een twitterbericht.¿ Maar helemaal enthousiast is Leegte er niet over. ¿Het heeft voor mij ook iets opdringerigs.¿ Abeltje Hoogenkamp: ¿Ik ken collega's die positief over Twitter zijn. Ze zeggen dat ze mensen bereiken met wie ze anders niet in contact zouden komen.¿ Van haar levensgezel die studentenpredikant is, weet Hoogenkamp dat studenten voor bijna alle contacten en activiteiten Facebook en internet gebruiken. ¿Via Twitter komen ze dan op de blog terecht van het studentenpastoraat. Ik geloof dus wel dat Twitter een flink bereik heeft en iets kan toevoegen. Je kunt niet zonder als je scholieren en twintigers wilt bereiken. En interactieve twitterkerkdiensten zijn ook geinig om mee te experimenteren¿ ¿Het zou best kunnen¿, voegt Henk Leegte toe, ¿dat we midden in het oog van een orkaan zitten, een revolutie op het gebied van communicatie. Later zien we misschien pas hoe ingrijpend dat is. Dan lachen ze misschien, dat wij nu zeggen dat twitteren en Facebook ons niet zo liggen. Alsof je kunt zeggen dat een wasmachine je niet zo ligt.¿ Voor Abeltje Hoogenkamp is het maximum van 140 tekens die in een tweet passen, veel en veel te weinig. ¿Ik ben misschien wel te veel een ouwehoer om te kunnen twitteren.¿ Mooie tweet trouwens, in slechts 70 tekens, merken wij op. ¿Ik ben ook slecht in recepties bijvoorbeeld, dat zijn me te korte spanningsboogjes waarbij je nooit de diepte in kan. Die korte contacten zijn niet mijn fort. Voor mij is het niet relationeel genoeg, die sociale media als Twitter en Facebook. Ik ben beter in het contact van aangezicht tot aangezicht, of van stem tot stem.¿ Het is duidelijk dat beide theologen Twitter niet gebruiken om anderen spiritueel op te laden, laat staan zichzelf. Abeltje Hoogenkamp: ¿Voor mij is een zekere concentratie nodig, om spiritueel gevoed te worden. Stilte ook. Wat twitteren met de concentratie doet, weten we niet. Kinderen nemen informatie op een andere manier op dan wij.¿ Dat is ook tijdgebonden, realiseert Hoogenkamp zich. ¿Toen de boekdrukkunst er nog niet was, namen mensen de tijd om een epos van 700 regels uit het hoofd te leren en voor te dragen. Die vaardigheid is weg. Je kunt ook zeggen: wat heerlijk dat het niet meer hoeft.¿ Henk Leegte ziet wel iets in de vergelijking met de boekdrukkunst. ¿Juist die heeft ervoor gezorgd dat de Reformatie kon plaatsvinden. Met gedrukte boeken kwam er een drager van informatie die sneller breed verspreid kon worden.¿ De charme van sociale media is wel, meent Hoogenkamp, dat daarbij sprake is van een dialoog. ¿Bij de jaarlijkse Preek van de Leek proberen we ook dialogisch te werken. Vaak is een kerkdienst alleen maar 'zenden', terwijl participatie juist zo leuk is en ook inhoudelijk echt iets kan toevoegen. Alleen moet je er dan wel goed met elkaar over nadenken wat je ervan hoopt en verwacht en wat je doet met die interactiviteit.¿ Zien de predikanten iets in het sturen van een dagopening per tweet? Henk Leegte: ¿Ik moet bekennen dat ik wel een bijbelse scheurkalender heb, en ook, net als enkele collega's trouwens, een dagtekstenboekje. Sommige van die teksten komen dan in de loop van de dag weer eens terug. ¿Wij doopsgezinden hebben geen catechismus of geloofsbelijdenis, dus die kunnen we niet twitteren, zoals dat met de rooms-katholieke catechismus gebeurt. En een preek heeft echt meer dan 140 tekens. Hooguit zou je een tekst kunnen twitteren waar je nog eens op kauwt. Maar voor mij is dat allemaal te ingewikkeld.¿ Abeltje Hoogenkamp: ¿Voor de kerk kan het handig en nuttig zijn, maar voor mij werkt het niet. Ik mis een adressant. Ik ben ook geen dagboekschrijver, maar een brievenschrijver. Twitteren voelt voor mij alsof je een fles in de zee gooit met een briefje erin.¿ Waarmee er ongemerkt zo weer een tweet is ontstaan. Met veel minder dan 140 tekens. Elftal Smalbrugge De Korte - Hoogenkamp - Kalsky Leegte - Van Vlastuin - Klapheck Tollefsen - Van der Graaf Borgman - Nissen Katholieke leer op Twitter verkondigd Monic Slingerland − 08/01/11, 00:00 Dieper graven met Twitter. Webredacteur Eric Masseus van de orthodoxe katholieke beweging Opus Dei is toch echt serieus als hij dit zegt. Samen met vijf anderen wil hij de Katechismus van de Katholieke Kerk (KKK) via Twitter de wereld in sturen. Elke dag een bericht, behalve op zondag; dan is er twitterstilte. In een jaar tijd moet de hele catechismus, een kleine 600 artikelen lang, vertaald zijn in tweets. Het project is te volgen via #kkk2011 en het account @kathochismus. Voorbeelden uit de katholieke twittercatechismus: Artikel 26 Geloven is hopen tegen beter weten, een medicijn tegen elk cynisme, en het antwoord op een langverwachte, open vraag. Artikel 31-35 Wij kunnen God kennen vanuit de orde en schoonheid van de wereld en vanuit de mens met zijn gevoel voor het schone, goede en ware. Artikel 50 God openbaart zichzelf en Hij geeft zich aan de mens door zijn welbeminde Zoon, onze Heer Jezus Christus, en de heilige Geest te zenden. Masseus: „Inderdaad gaat de nuance verloren in die berichten van 140 of, als je er twee tweets van maakt, maximaal 280 tekens. Wij hopen dat de volgers via de tweets de echte catechismus gaan lezen.” Deze KKK, op papier meer dan 700 bladzijden, staat op internet. De leer van de katholieke kerk is erin verwoord. Masseus: „We willen die geweldige boodschap breed bekend maken.” Masseus is als leek betrokken bij het informatiebureau van Opus Dei. Hij werkt als kwaliteitsmanager bij de Tergooi-ziekenhuizen in Hilversum en Blaricum. „Ik zie dit als experiment om de christelijke boodschap via de sociale media bekend te maken. We hebben hiervoor geen imprimatur nodig, geen toestemming van de bisschoppen. Als leek hebben we onze eigen verantwoordelijkheid en de vrijheid om dit te doen.” De zes schrijvers van de tweets zijn allen heren, onder wie twee priesters. „Ja, dat is misschien wel ouderwets”, geeft Masseus toe. Zijn mede-initiatiefnemer Frank Bosman: „Ach, we hebben dit in het Twittercafé bedacht. We hebben twaalf mannen en vrouwen gevraagd om mee te doen en de eerste zes zijn het geworden. Daar waren toevallig geen vrouwen bij.” De Twittercatechismus is een idee van socialemediakatholiek Eric van den Berg en mediatheoloog Frank Bosman. Dit duo lanceerde ook het plan om na de finale van het wereldkampioenschap voetbal de kerkklokken te luiden als Oranje zou winnen. Met @kathochismus krijgt het project ’Twittechismus’ van de gereformeerde hogeschool Zwolle een vervolg. Die twitterde in 2010 de Heidelbergse catechismus. De kerk moet het web op Gerrit-Jan KleinJan − 17/02/11, 00:00 Wie niet op internet zit, bestaat niet, zeggen multimediapioniers. Zij roepen ook de kerk op zich digitaal te presenteren. Anderen temperen de hoge digitale verwachtingen: „Op Twitter kun je geen theologie baseren. Het zal de kerk niet wezenlijk veranderen.” Bezinningswebsites, bidden op Twitter (’twidden’), Facebook-psalmen, chat-kathedralen, digitale pelgrimages, internetpastoraat en zincasts – nieuwe begrippen uit een wereld die voor veel christelijke kerken nog volslagen onbekend is. Dat kerk en internet nog uiterst moeizaam samengaan, werd deze week duidelijk in een conferentiezaaltje van de Universiteit Utrecht. Tijdens een symposium over het thema kregen de bezoekers een aantal kerkelijke websites onder ogen. Het beeld was weinig florissant. Het gros van de sites bestond uit weinig meer dan een plaatje van een kerkgebouw, een preekrooster en de tijden van de vieringen. Een verwijzing naar populaire interactieve media als Facebook, Twitter, Hyves of LinkedIn was er zelden op te vinden. Ook van andere digitale mogelijkheden, bijvoorbeeld een forum om de preek te bespreken, werd nauwelijks gebruik gemaakt. Van de kerk, zo was de boodschap die middag, is nog niet veel te merken op het web. En dat is erg, werd de aanwezigen voorgehouden. Want wie niet op internet aanwezig is, bestaat eigenlijk niet. De rooms-katholieke internetondernemer Eric van den Berg, initiatiefnemer van de bijeenkomst in Utrecht en auteur van het ’Handboek kerk en internet’, heeft daarover een stellige opvatting. De internetrevolutie is zo krachtig, meent hij, dat daardoor een geheel nieuwe wijze van geloven ontstaat. „Online bidden”, zo stelde hij afgelopen najaar in Trouw, „is een nieuwe manier van geloofsbeleving.” Hij doelde daarbij op sites waarop mensen gebeden publiceren en met elkaar in discussie gaan over de inhoud daarvan. Met enkele anderen rekent Van den Berg zichzelf tot een ’voorhoede’ die kerk en internet met elkaar wil verbinden. Vooral Twitter, Facebook en andere sociale media zouden de manier waarop mensen religie beleven op zijn kop kunnen zetten. Maar Twitter en Facebook? Zijn dat niet vooral laagdrempelige vrijplaatsen van vakantiekiekjes met weinig inhoudelijke commentaren? Is de zelfbenoemde internetvoorhoede niet wat vlug met de conclusies? Mediafilosoof Jan van der Stoep vraagt het zich inderdaad af. Volgens hem is er geen sprake van een religieuze revolutie op internet. Mensen overdrijven de invloed van moderne communicatietechnieken op religie nogal, meent hij. Van der Stoep, lector journalistiek en communicatie aan de Christelijke Hogeschool Ede, maakt graag de vergelijking met de opkomst van de telefoon, nog geen eeuw geleden. „Dat was ook iets waar mensen heel wat van verwachtten. De manier waarop we met elkaar zouden praten, werd gezegd, zou drastisch veranderen. Mensen zouden voortaan alleen nog via de telefoon met elkaar spreken.” Welnu, zegt Van der Stoep, met de opkomst van sociale media zie je dezelfde reflex. Hij relativeert die hoge verwachtingen. „Ook nu blijven we hetzelfde doen, maar dan met andere middelen.” Theoloog Frank Bosman, werkzaam bij de Faculteit Katholieke Theologie aan de Universiteit van Tilburg, zal ook niet snel grote uitspraken doen over de spirituele invloed van Twitter. „Om zoiets als een mystieke ervaring te beleven, moet je toch echt met mensen tegelijkertijd dezelfde fysieke ruimte delen.” En dát is op internet bijna nooit het geval, zegt Bosman. Van zijn hand verschenen verschillende publicaties over religie en internet. Ook is hij zeer actief op Twitter en andere websites. Bosman: „Op internet reageer je vaak een seconde, uur of dag later op anderen. Je deelt bijna nooit dezelfde tijd, laat staan dezelfde ruimte.” Hij legt uit dat hierdoor religieuze rituelen als samen zingen en bidden – voor veel gelovigen essentieel voor een spirituele ervaring – op internet nauwelijks vorm krijgen. „Het is toch wel fijn als je zelf de wijn proeft, of die man naast je verschrikkelijk vals hoort zingen.” Het mag dan twijfelachtig zijn of Twitter, Facebook en andere interactieve mogelijkheden op internet voor een spirituele omwenteling zorgen, zeggen Bosman en Van der Stoep, maar het zomaar afdoen als onzin is volgens hen óók te kort door de bocht. Zoals de telefoon al decennia volstrekt is ingeburgerd, zo worden ook interactieve media als Facebook en Twitter steeds normaler. Van der Stoep, ook actief op Twitter, beaamt dat: „Twitter is vooral handig om contacten uit te bouwen en te verdiepen. Ik ken veel mensen in mijn kerk die twitteren. Als ik ze spreek, weet ik al wat ze gedaan hebben. Je kunt dus meteen doorvragen: ’Hé, jij hebt dit gedaan, hoe was dat eigenlijk?’” Bosman voegt daaraan toe dat Twitter ook een mogelijkheid biedt om het geloof uit te dragen. Maar dat moet er dan niet te dik bovenop liggen, haast hij zich erbij te zeggen. „Ik heb het op Twitter bijvoorbeeld ook gewoon over mijn kat. Maar als iemand twittert: ’Ik voel me leeg’, dan reageer ik daarop en geef tips.” Fred Omvlee, predikant in dienst in de Protestantse Kerk in Nederland, heeft ervaring met het organiseren van een zogenoemde ’Twitterkerkdienst’, afgelopen zomer. Dat werd een trending topic’: de viering was die dag een tijdje wereldwijd het meest gebruikte woord op Twitter, met aandacht tot in Spanje, Mexico, Chili en Japan. Op Twitter konden mensen thuis van achter de computer gebedsthema’s en andere reacties doorsturen. Die werden geprojecteerd op een groot scherm. Ook in de kerkzaal waren de bezoekers in de weer met hun mobiele telefoon. Omvlee, die tot de kerkelijke internetpioniers wordt gerekend, stemt in met Bosman en Van der Stoep. „Laten we reëel zijn: Twitter, LinkedIn en Facebook zijn niet zaligmakend. Het is niet zo dat de kerk hierdoor wezenlijk verandert, je kunt er geen theologie op baseren. Maar indirect heeft het wel degelijk invloed. Je legt contacten met mensen die je anders niet legt. Je spreekt er jongeren mee aan voor wie het gebruik ervan vanzelfsprekend is.” Het antwoord op de vraag of kerken zonder sociale media kunnen, zeggen de (ervarings)deskundigen stuk voor stuk, is eigenlijk tegelijkertijd ’ja’ en ’nee’. Een spirituele ommekeer door Twitter is te veel eer, maar anderzijds, als de kerk niets doet, is ze nog minder zichtbaar. Hoe je het wendt of keert, zegt Van der Stoep, sociale media zijn inmiddels zo populair dat ze de werkelijkheid vormgeven. „Ze maken deel uit van een wereld waarin informatie-uitwisseling steeds belangrijker wordt. Daarom is het belangrijk om online aanwezig te zijn.” Fred Omvlee organiseert zondag voor de tweede keer een Twitterkerkdienst onder de noemer ’Social Sunday’: „Als je kritisch bent, dan noem je het een gimmick. Maar ik denk dat het toch ook wel meer is. We maken namelijk wel contact met mensen van buiten. En dat is toch het doel van geloof: contact hebben met elkaar.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten